U bent hier

Kansrijke sectoren

Textiel

De Indonesische textielsector is één van de prioritaire industrieën van het land. Indonesië behoort tot de top tien van grootste textielproducerende landen ter wereld en heeft een lange traditie in het produceren en exporteren van kant-en-klaar kleding- en woonmode. Volgens het ministerie van Industrie vertegenwoordigt de sector 6,65% van de industriële output, 1,56% van het BNP van Indonesië, 8,2% van de exportinkomsten (12,4 miljard USD) en stelde 2,73 miljoen mensen tewerk in 2016[1]. De groei van de laatste jaren kwam voornamelijk vanuit de groeiende lokale markt aangezien de export sinds 2011 tot 2015 met 24% gedaald is. Sinds 2016 lijkt de export opnieuw te groeien terwijl de lokale markt stagneert of daalt.

Toch, vergeleken met China, die ongeveer 35% controleert, of Bangladesh met 6,6%, controleert Indonesië slechts 2% van de wereldwijde textielmarkt. De Indonesische overheid is echter optimistisch en streeft ernaar de waarde van geëxporteerde textiel en kleding van de natie tegen het jaar 2030 te verhogen tot USD 75 miljard, zodat deze industrie ongeveer 5 procent zou bijdragen aan de wereldwijde export, en tegen 2025 zouden ze zelf 90% van alle textielvezels moeten produceren[2]. Om de lokale markt te beschermen wordt nu ook de (illegale) invoer vanuit China of andere landen strenger aangepakt.

De sector is al door verschillende crisissen gegaan. Naast de toenemende concurrentie van andere textielproducerende landen in Zuidoost-Azië (Cambodja, Vietnam en Myanmar) en vooral China, heeft Indonesië ook te maken met stijgende minimumlonen en hogere elektriciteitstarieven dan de landen in de regio. De stijgende kosten van productie hebben invloed op de concurrentiekracht van Indonesië als productieland, waardoor de grotere Indonesische ondernemingen de laatste jaren geïnvesteerd hebben in de productie in andere landen zoals Vietnam met bijkomende capaciteit, terwijl de capaciteit in Indonesië eerder stabiel blijft en investeringen beperkt wordt tot het vervangen van machines of equipment. Daarnaast is de upstream sector van de textielsector grotendeels onvoldoende (waardoor de afhankelijkheid van invoer van grondstoffen wordt veroorzaakt) en is een injectie van investeringen, technologie en expertise vereist, sectoren waarop onze Vlaamse knowhow kan inspelen. De verzwakking van de roepia is ook een bijkomende bedreiging voor de sector omdat garen, katoen, kleurstoffen en stoffen (zowel natuurlijke als door de mens gemaakte) meestal uit het buitenland worden ingevoerd.

De textielsector in Indonesië is een van de belangrijkste sectoren die bij de centrale overheid erop aandringen om een vrijhandels​​overeenkomst af te sluiten met de Europese Unie voor de uitgebreide economische partnerschapsovereenkomst Indonesië-EU (afgekort: Indonesië-EU CEPA). Verwacht wordt dat deze handelsovereenkomst de goederenstroom tussen beide regio's zal verbeteren, aangezien het gaat om het verminderen van handelsbelemmeringen en het liberaliseren van overheidsopdrachten. Voor de Indonesische textielindustrie zou dit volgens een studie de export naar de EU kunnen verdrievoudigen. Hoewel de huidige Indonesische overheid vragende partij is, werd er concreet zeer weinig vooruitgang gemaakt tot nu toe in de onderhandelingen en er bestaat de vrees dat bij de volgende Presidentsverkiezingen in 2019 het tij (van relatieve liberalisering) zou kunnen keren indien het mandaat van de huidige President Jokowi niet wordt verlengd. Het kan echter nog jaren duren voordat Indonesië lid zal worden van de Indonesia-EU CEPA en het Trans-Pacific Partnership (tussen Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Malaysië, Mexico, NZ, Peru, Singapore en Vietnam), aangezien lokale voorschriften en normen moeten worden geharmoniseerd met de internationale regels. Als Indonesië geen lid van dergelijke handelsovereenkomsten wordt, kunnen de belangrijkste markten beslissen om textielproducten uit landen zoals Vietnam (lid van de TPP) te importeren omdat de tarieven lager zijn.

De overheid noteerde de afgelopen jaren een forse toename van de binnenlandse consumptie van textielproducten: van 3,9 kg per capita in 1999 tot 7 kg in 2012. De verkoop van textielproducten in Indonesië is met 10% gestegen in 2017, vergeleken met 2.2% in 2016. Deze stijging heeft grotendeels te maken met de populariteit van e-commerce. De totale textielconsumptie van Indonesië bereikte in 2016 1,86 miljoen ton, terwijl het verkoopvolume van binnenlandse textielproducten 1,4 miljoen ton bedroeg en het importvolume vorig jaar officieel 151.000 ton bedroeg. 

Momenteel voert Indonesië textielmachines in uit China, Japan en een aantal Europese landen, waaronder Duitsland, België, Italië en Spanje, hoewel het machinepark van Indonesië nog veel verouderde technologie telt. Indonesië is ook sterk afhankelijk van invoer voor zijn grondstoffen zoals katoen, stoffen e.d. De grootste uitdaging zit hem echter in de enorme stijging van de minimumlonen waardoor fabrieken niet alleen verhuizen van West Java naar Centraal Java maar ook naar goedkopere landen zoals Myanmar of Vietnam. Ook de energieprijzen zijn enorm gestegen en kosten 30 tot 40% meer dan in Vietnam of Bangladesh. Efficiëntie zal des te belangrijker worden.

Een aantal Belgisch-Vlaamse textielmachinebedrijven zijn al goed gekend in de sector, vooral dan in Bandung, de derde grootste stad en het textielcentrum van het land. Het hoofdaandeel van textielproductie situeert zich in kledijproductie. Toelevering zoals waterzuivering, luchtvervuiling of het verbeteren van de werkomstandigheden voor de werknemers zullen waarschijnlijk ook steeds belangrijker worden, niet zozeer omwille van lokale wetgeving maar omwille van de druk van internationale merken die meer en meer vrijwillige stappen ondernemen om vervuiling en sociale omstandigheden te verbeteren. Er bevinden zich in Indonesië ook enkele Belgische investeringen in de subsectoren van matrasstoffen en kledij op basis van technisch textiel.

De belangrijkste vakbeurs voor textielmachines is Indo InterTEX, die jaarlijks in Jakarta wordt georganiseerd. 

Meer information op de website van de Indonesia Textile Assosiation. 

[1] https://textiletoday.com.bd/indonesian-ta-industry-looking-forward-get-m...

[2] Uit ervaring blijkt dat de Indonesische overheid zelden zijn streefdoelen haalt en vaak al helemaal niet wanneer het gaat om zelfvoorzienend te worden. De logica is om import sterk te bemoeilijken om zo de ‘lokale industrie’ te stimuleren. Dat in tussentijd de downstream industrie mee de dieperik wordt ingetrokken, daar wordt niet bij stilgestaan.

Water & Milieu

Een snelle industriële en stedelijke expansie en een “build now-clean later”-mentaliteit in Jakarta en Indonesië in het algemeen, hebben geresulteerd in gigantische hoeveelheden industrieel en huishoudelijk afval en een ernstige milieuverontreiniging. De grootste milieu-uitdagingen in stedelijke en industriële gebieden liggen in de vervuiling van het oppervlaktewater, de contaminatie en afname van het grondwater, luchtvervuiling, uitstoot van broeikasgassen en een niet afdoende behandeling van industrieel en huishoudelijk afval dat veelal op gigantische stortplaatsen of in de oceaan terechtkomen. Hoewel de doorsnee Indonesiër niet wakker ligt van vervuiling is de verhoogde (social) mediabelangstelling vanuit het buitenland en de mogelijke impact op het toerisme een incentive voor de (lokale) overheden om er aandacht te besteden.  

De uitbouw van infrastructuur voor waterbeheer, afvalwaterzuivering en afvalverwerking vormt dan ook één van de hot topics.

De ontbossing is een ander groot probleem. Indonesië’ s eens zo befaamde tropische wouden verdwijnen schrikwekkend snel. Terwijl 50 jaar geleden nog 82% van de oppervlakte van Indonesië bedekt was, is er vandaag nog minder dan de helft van de oorspronkelijke bosbedekking over. De omvang van de vernietiging van de regenwouden in Indonesië is zo groot dat het nu aanzienlijke gevolgen heeft voor het mondiaal klimaat. Regenwoud- en veenland-ecosystemen slaan miljarden tonnen koolstof op, en door hun sloop komen enorme emissies in de atmosfeer vrij. Indonesië is nu 's werelds derde grootste uitstoter van broeikasgassen na de VS en China, met 85% van zijn emissieprofiel afkomstig van regenwoud en veengrondafbraak en verlies. 

In april 2013 gaf de overheid van Aceh, een provincie in Sumatra, nog het groen licht om bijkomend 1,2 miljoen hectare bos te kappen om plaats te maken voor plantages en mijnbouw, terwijl dit gebied een kritisch gebied is voor de bescherming van orang-oetans en andere diersoorten.

Een aantal bedrijven zoals vb. Sinar Mas, Indonesië’ s grootste palmolie-, papier- en pulpbedrijf, heeft onder internationale druk van Ngo’s zijn strategie aangepast uit vrees voor verlies van grote Europese klanten. Het bedrijf wil nu een imago creëren als toonaangevend in milieubescherming maar toch zei de CEO nog op een ‘sustainable business forum’ (maart 2018) dat de betere oplossing voor een groeiende wereldbevolking was om 40 miljoen extra hectare aan palmolie aan te planten tegen 2050 (ipv andere gewassen die meer plaats nemen).

Een bijkomend probleem is dat Indonesië een zeer inefficiënte landbouwindustrie heeft met opbrengsten die per hectare veel lager liggen dan het internationale gemiddelde, waardoor veel meer terrein nodig is om te voldoen aan de vraag naar diverse landbouwproducten.

Het lakse milieubeleid kan natuurlijk ook een impact hebben op andere sectoren zoals toerisme. Toeristen klagen al verschillende jaren over het vele plastic dat in de zee drijft rond toeristische plaatsen en de “plastic beach” zoals in Bali. Indonesië is na China de tweede grootste maritieme vervuiler ter wereld. De rivier de Citarum op West-Java is beschreven als de meest vervuilde rivier ter wereld met afval in nabijgelegen fabrieken.

Toch heeft Indonesië beslist om tegen 2020 de CO2-uitstoot met 26% te verminderen. Het is echter niet duidelijk hoe men dit doel kan halen. Er bestaan wel veel milieu-initiatieven die meestal door ontwikkelingshulp zijn gefinancierd.

Daarnaast zorgt het tekort aan drinkbaar water en sanitair ook voor een uitdaging. Meer dan 40 miljoen mensen hebben geen toegang tot een verbeterde waterbron en meer dan 110 miljoen van de 265 miljoen inwoners van het land hebben geen toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen... Grootsteden zoals Jakarta hebben een grote behoefte aan zuiver water, maar slechts een minderheid van de bevolking heeft toegang tot het waterleidingennet. Andere huishoudens pompen plaatselijk water op, wat dan weer grondwaterverzakkingen teweegbrengt. In beide gevallen is het water niet drinkbaar en daarom wordt massaal gebruik gemaakt van gebotteld mineraalwater, meestal in 19 liter bidons, maar het meest populair zijn de niet recycleerbare plastieken bekertjes.

De rivieren en beken in Jakarta zijn zwaar vervuild door industrieel en huishoudelijk afvalwater. Bovendien komen tijdens het regenseizoen veel overstromingen voor in bepaalde delen van de stad, door een gebrekkig afwateringssysteem en het onoordeelkundig weggooien van vast afval dat de riolen verstopt. Dit alles zorgt ervoor dat ziektes gerelateerd tot de consumptie van vervuild water relatief veel voorkomen.

Bali heeft te kampen met een groot watertekort. Door de enorme investeringen in toeristische faciliteiten is de helft van alle rivieren uitgedroogd. Naar schatting 60 procent van het Bali-water wordt verbruikt door de toeristenindustrie. Stroma Coles’ onderzoek laat zien hoe rijke toeristische operatoren betere technologie kunnen veroorloven om toegang te krijgen tot diepere grondwaterbronnen. Hoewel de meeste huishoudens waterputten tot 40 meter diep hebben (sommige slechts 12 meter), boren de toeristische operatoren, die wel de financiële middelen hebben, putten van 60 meter en het water van hun buren letterlijk opzuigen. De buren worden dan gedwongen om dieper te graven of elders naar zoet water te zoeken. Hoewel er wetten zijn die het waterverbruik regelen, worden ze zelden gehandhaafd. De meeste gebruikers zijn niet op de hoogte van deze voorschriften.

Medische sector

De markt voor medische apparatuur en medische hulpmiddelen in Indonesië heeft een totale marktwaarde van US $ 1 miljard met verwachte toekomstige jaarlijkse groeicijfers van meer dan 10%. De voorbije jaren is het belang van de gezondheidszorg een prioriteit op de nationale ontwikkelingsagenda in de NHSP (National Health Strategic Plan) van Indonesië onder andere door de implementatie van de nationale ziekteverzekeringssysteem. Helaas is het algemeen niveau van de zorg ondermaats, onder andere omdat het verboden is voor buitenlanders te werken als dokter of verpleegster. Terwijl Maleisië, Thailand en Singapore de meerwaarde van medisch toerisme allang ingezien hebben en buitenlandse investeringen in de sector hebben aangemoedigd, blijft Indonesië gesloten, wat als gevolg heeft dat er honderdduizenden (gegoede) patiënten uit Indonesië naar de buurlanden reizen, waarvan reeds 600.000 Indonesiërs naar Singapore alleen voor medische zorgen. Waarschijnlijk met gelijkaardige cijfers naar Thailand en Maleisië.

Toch is er een grote groei in Indonesië voor het bouwen van privéziekenhuizen die zich richten op de middenklasse. Met de openbare ziekenhuizen van lagere kwaliteit, en prijzen van Singapore buiten het bereik van de middeninkomens categorie in Indonesië, is de markt de voorbije jaren exponentieel gestegen. Een trend waarop ingespeeld wordt door de privé-groepen van ziekenhuizen zoals Siloam waardoor ook de vraag naar medische apparatuur en hulpmiddelen jaarlijks met 15 tot 20% toeneemt. In 2014 werd ook een algemeen gezondheidssysteem gelanceerd dat elke Indonesiër toegang moet geven tot betaalbare medische verzorging. De exportmogelijkheden voor Belgische bedrijven situeren zich vooral op het vlak van medische apparatuur en verbruiksgoederen, het bouwen van ziekenhuizen en infrastructuur en invoer van grondstoffen om medicijnen te maken. De export van medicijnen is moeilijker omdat Indonesië een aantal staatsbedrijven heeft die generische medicijnen en vaccins maken en ook handelsbarrières heeft geïmplementeerd voor de invoer van medicijnen.

Machines en automotive

Door de sterke stijging van de minimumlonen en de onvoorspelbare evolutie ervan is automatisering voor veel sectoren belangrijk geworden, wat meteen interessante mogelijkheden biedt voor toelevering van allerhande technologieën. Vlaamse bedrijven die voor de eerste keer kapitaalgoederen naar Indonesië exporteren, kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een subsidie van 35% op het contractbedrag (meer info op www.flanderstrade.be).

Ook in de landbouw stijgt de vraag naar automatisering. Indonesië is een wereldproducent van grondstoffen; in een poging om de uitvoer van basisgrondstoffen te vermijden, stimuleert de overheid de ontwikkeling van industrieën die meer toegevoegde waarde leveren. Zo zijn er kansen voor Belgische bedrijven in de toelevering van machines, gespecialiseerde chemicaliën voor de belangrijke palmolie-industrie, zowel upstream als downstream. Dit geldt ook voor andere agro-industriële sectoren (cacao, rubber, thee, suiker ...).

Verder zijn er kansen in de automotive industrie. De snelle ontwikkeling van de midden- en hogere inkomensklasse blijft zorgen voor een enorme toename van het wagenpark maar vooral motorfietsen. Indonesië heeft echter de boot van innovatie gemist en is nu waarschijnlijk het enige land ter wereld waar de benzine en diesel norm nog steeds Euro II is. Toch zijn er plannen om tegen 2023 overgeschakeld te zijn naar Euro IV. De autoverkopen in Indonesië stegen zeer snel tussen 2005 en 2014 maar zijn sindsdien gedaald/gestabiliseerd, in 2016 werden nog iets meer dan 1 miljoen wagens verkocht. De markt wordt vooral gedomineerd door lokaal geproduceerde Japanse wagens.

Bouwsector

Volgens GBG Indonesië zorgt een verbeterde infrastructuur en snelle verstedelijking voor een middenklasse-groei. Hierdoor komt er een toename van de koopkracht van de bevolking. Dit zal leiden tot een grotere vraag naar huisvesting van gemiddelde tot hoge kwaliteit. Het aantal mensen per huishouden, momenteel 3,9, zal de komende jaren dalen, terwijl de bevolking zal blijven groeien. Dit zal de vraag naar woningen nog meer stimuleren. 

Met 7,72 miljoen werkende mensen en een bijdrage van 9,96% aan het bbp, is de bouwsector in Indonesië enorm. Indonesië is op de radar van de wereldwijde bouwindustrie omdat het een betere infrastructuur nodig heeft. Bovendien zorgt een stijgend persoonlijk inkomen voor vraag naar woningen en commercieel vastgoed. Indonesië is een van de belangrijkste bouwmarkten ter wereld vanwege de stijgende investeringen en overheidsuitgaven.

Volgens overheidsgegevens heeft Indonesië een achterstand van ongeveer 13,5 miljoen huizen en heeft als doel dit tekort te verminderen tot 6,8 miljoen eenheden in 2019. Ongeveer 20% van de 64,1 miljoen woningen is in slechte staat en ongeveer 22% van de stedelijke bevolking van Indonesië, ongeveer 29 miljoen mensen, woont in sloppenwijken. Met programma’s van de Indonesische overheid zoals "1 million houses" dat in 2015 van start ging, waarmee Indonesië zijn bevolking een dak probeert te geven, zijn de kansen in de huisvestingssector voor de Vlaamse bedrijven enorm.

 

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Indonesië