U bent hier

Indonesië in cijfers

CORONAVIRUS

UPDATE 11/01/2021

In Indonesië werden tot op heden al bijna 840.000 positieve gevallen met het Coronavirus geïdentificeerd en vielen er (officieel) bijna 25.000 doden. Er werd een task-force opgericht onder leiding van het BNPB (National Disaster Mitigation Agency) met als doel de inspanningen te coördineren van de centrale en regionale overheden, leger, politie, sociale instellingen en universiteiten. Sinds 11 januari 2021 werden er opnieuw striktere maatregelen in Jakarta ingevoerd die minstens tot 25 januari gelden en kunnen verlengd worden.
Blijf up-to-date en lees er meer over in ons nieuwsbericht en het Dossier Coronavirus.

Met vragen over internationaal ondernemen in tijden van Corona, kan u terecht bij exportadvies-corona@fitagency.be.
De informatie op deze landenpagina werd met de grootste zorg samengesteld maar houdt nog geen rekening met de gevolgen van de coronacrisis.
Officiële naam
Republiek Indonesië
none
Hoofdstad
Jakarta (10,9 miljoen inwoners)
Oppervlakte
1.904.569 km² (= 62 x België)
Aantal inwoners
274.582.345 (2020 - VN data)
Staatshoofd
President Joko Widodo
Regeringsleider
President Joko Widodo
Taal
Bahasa Indonesia
Munt
Roepia (IDR) Wisselkoers
Belangrijke steden
Surabaya (3 miljoen inwoners), Medan (2,4 miljoen), Bandung (2,6 miljoen), Semarang (2,1 miljoen), Makassar (1,4 miljoen)

Economische informatie

Bruto Binnenlands Product (BBP)
1.042 miljard USD (543 miljard USD in België)
BBP/Capita
3.894 USD (47.491 USD in België)

Economische vooruitzichten

Indonesië heeft een sterk groeiende en jonge bevolking met ongeveer 250 miljoen mensen waarvan slechts 5% ouder dan 65 jaar. Het is sinds enkele jaren erkend als “lower middle income country” volgens de ranking van de Wereldbank.

De inkomensongelijkheid tussen rijk en arm behoort nog steeds tot de hoogste ter wereld en gaat bovendien gepaard met grote geografische verschillen: het centrum van het land (Java) telt de beste infrastructuur en telt het grootste deel van het industriële weefsel. De armere en afgelegen regio’s zijn een vruchtbare bodem voor de groei van islamitisch fundamentalisme. De economie genereert onvoldoende tewerkstelling. Het is vooral de informele sector, goed voor bijna 60% van de totale beroepsbevolking, die voor de tewerkstelling verantwoordelijk is.

Omwille van de Covid-19 pandemie heeft de economie in 2020 wel serieuze klappen gekregen.

De economie van Indonesië noteerde in het tweede kwartaal van 2020 de sterkste daling sinds de Aziatische financiële crisis van 1998. Het begin van de COVID-19 pandemie leidde ertoe dat grote delen van het land werden afgesloten en er talloze bedrijfssluitingen volgden die miljoenen werknemers in de werkloosheid joeg.

Het BBP kromp met 5,32 %, het laagste niveau sinds het eerste kwartaal van 1999 (bron: Statistics Indonesia – BPS). De regering verwachtte een maximale daling met 4,3%.

De pandemie heeft een zeer negatief effect op de gezondheidszorg en de sociale en economische omstandigheden die huishoudens en bedrijven een verpletterende slag heeft toegebracht.

De sterke daling van het BBP weerspiegelt de impact van de wijdverbreide verstoring van de economie, vanaf het ogenblik dat de regering opdracht gaf tot grootschalige sociale beperkingen (PSBB), om de verspreiding van het virus te beperken. Hierdoor waren bedrijven en fabrieken gedwongen te sluiten en moesten consumenten een groot deel van april en mei thuisblijven.

De beperkende maatregelen om het virus in bedwang te houden hebben zowat alle economische activiteiten getroffen. Volgens gegevens van het National Development Planning Agency (Bappenas) zijn dit jaar al liefst 3,7 miljoen mensen hun baan kwijtgeraakt. Het totale aantal werklozen zal tegen het einde van het jaar ongeveer 10 miljoen bedragen.

Het besluit van de regering om de inperkingsmaatregelen begin juni gedeeltelijk op te heffen, heeft de economische activiteit geleidelijk aan weer tot leven gewekt, maar jammer genoeg nog niet tot het niveau van vóór de pandemie. De gezinsuitgaven, die meer dan 50 procent van het bbp uitmaken, daalden met 5,51 % - veel lager dan de groei met 5,18 % in dezelfde periode vorig jaar – o.a. veroorzaakt door een bijna totale ineenstorting van de uitgaven voor restaurantmaaltijden, recreatieve diensten en transport. De uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs groeiden echter met 2,02 %. De investeringen daalden ondertussen met 8,61 %, ver verwijderd van de groei van 4,55 % die in dezelfde periode vorig jaar werd opgetekend, en dit omdat bedrijven hun investeringen in voertuigen en andere producten sterk verminderden.

De export en de import daalden ook met respectievelijk 11,66 % en 16,96 % als gevolg van de vertraging van de wereldwijde economische activiteit door de pandemie. De export van niet-olie en niet-gas gerelateerde producten, evenals de aankomsten van buitenlandse toeristen, zijn in het tweede kwartaal sterk gedaald. Ondertussen zijn de overheidsuitgaven in het tweede kwartaal met 6,9 % gedaald, lager dan de groei van 8,23 % in dezelfde periode vorig jaar, doordat de uitgaven voor zakenreizen en geannuleerde evenementen daalden.

De regering heeft Rp 695,2 biljoen (40,3 miljard euro) toegewezen om de economie te stimuleren en de pandemische respons van het land te versterken, maar de veel te langzame uitbetaling als gevolg van bureaucratie en de toename van COVID-19-gevallen zou het economisch herstel kunnen belemmeren. De regering verwacht dit jaar in het beste geval een groei voor het hele jaar van hoogstens 1 % of een daling met 0,4 %, afhankelijk van de ernst van de pandemie en hoelang het duurt voordat het land hersteld is.

De OESO (rapport 10 juni 2020) verwacht dat de Indonesische economie dit jaar met 2,8% zal krimpen. Indien de overheid er niet in slaagt om een tweede besmettingsgolf te vermijden zou de economie nog verder inkrimpen tot 3,9%. Dit gevaar bestaat wel degelijk, vermits de overheid vanaf juli het economisch herstel stimuleerde door de beschermingsmaatregelen te versoepelen, na twee maanden van quasi-lockdown.

"Het grootste risico is dat de pandemie in de tweede helft van het jaar opnieuw opduikt, met de bijbehorende herinvoering van inperkingsmaatregelen", aldus het rapport, erop wijzend dat de inkrimping van de economie de eerste is sinds de financiële crisis van 1997.

President Joko "Jokowi" Widodo heeft onlangs gewaarschuwd voor de mogelijkheid van een tweede golf van COVID-19-infecties, aangezien het aantal nieuwe gevallen de afgelopen dagen bleef toenemen na het wegvallen van grootschalige sociale beperkingen (PSBB) in verschillende regio's. Het aantal bevestigde COVID-19 gevallen is begin november gestegen tot 400.000.

Ondertussen zal Indonesië met een aantal gevaren worden geconfronteerd bij het streven naar een heropleving van de economie, waaronder toenemende risicoaversie, vlucht naar kwaliteit en plotselinge kapitaalomkeringen, aldus de OESO. "Als het herstel van de arbeidsmarkt zwakker en langzamer is dan verwacht, kan een hogere werkloosheid de binnenlandse vraag drukken en het herstel vertragen", aldus het rapport, eraan toevoegend dat het toerisme door de ernst van de schok langer dan verwacht zou kunnen lijden.

Aangezien de schulden van de particuliere sector de afgelopen jaren snel zijn gestegen, vooral in vreemde valuta, zijn niet-financiële ondernemingen en banken sterk blootgesteld aan verslechtering van de financiële marktomstandigheden. Ondertussen heeft Bank Indonesia (BI) dit jaar haar referentierente al twee keer verlaagd naar 4,5 procent. BI heeft in het eerste kwartaal van 2020 ook voor Rp 166 biljoen aan staatsobligaties op de secundaire markt gekocht om de rupiah te stabiliseren en nog eens Rp 26,1 biljoen om de behoeften aan begrotingsfinanciering te ondersteunen, waardoor het bezit van obligaties door de centrale bank tot Rp 445,4 biljoen wordt verhoogd. "De acties van de monetaire en financiële autoriteiten hebben de activa prijzen op peil gehouden, de valuta gestabiliseerd en bijgedragen tot de succesvolle plaatsing van de eerste wereldwijde obligatie-uitgifte", aldus de OESO. "De valutareserves fluctueerden echter en de verslechtering van het beleggerssentiment ten aanzien van opkomende markten blijft negatief."

Ondanks de sombere vooruitzichten voor dit jaar, verwacht de OESO dat het Indonesische BBP volgend jaar met 2,6 % á 5,2% zal groeien. Ondertussen voorspelt de OESO dat de wereldwijde economische activiteit in 2020 met 6 procent zal dalen of zelfs met 7,6 % zal dalen als een tweede golf van infecties toeslaat, wat de diepste recessie sinds de jaren dertig zou zijn.

Kredietbeoordelaar Fitch ratings behoudt haar rating voor Indonesië op “BBB, met stabiele vooruitzichten”. Fitch noemde de gunstige groeivooruitzichten op middellange termijn en de lage overheidsschuld in verhouding tot de behoefte aan externe financiering als redenen om de rating te behouden.  De lage staatsinkomsten blijven wel een probleem. Zij verwachten dat de economie dit jaar met 2% zal krimpen ingevolge de COVID-pandemie. Voor 2021 voorspelt Fitch een groei met 6,6% en voor 2022 een groei met 5,5%, ondersteund door de hernieuwde ontwikkeling van openbare infrastructuur.

Voorafgaand aan deze crisis bedroeg het officiële werkloosheidspercentage 5,5%. De regering heeft midden-april prepaidkaarten ingevoerd ter waarde van 20 biljoen Rp (USD 1,4 Miljard) om de 5,6 miljoen mensen te helpen wiens baan of wiens kmo’s getroffen werden door de pandemie. De regering schat dat er ondertussen tussen de 3 miljoen en 5,2 miljoen mensen hun baan verloren ingevolge de economische problemen door deze pandemie. Degene die getroffen zijn betreffen meestal jonge geschoolde mensen: het werkloosheidscijfer bedraagt 16,3 % voor mensen jonger dan 25 jaar, een stijging met ruim 1% ten opzichte van een jaar eerder. Tegen eind 2020 wordt verwacht dat er meer dan 10 miljoen mensen zonder werk zullen vallen.

Dispuut palmolie

Palmolie is erg belangrijk voor de Indonesische economie (16 miljoen directe en indirecte banen) en de productie van het land vertegenwoordigt meer dan 50% van het wereldtotaal. Vanuit dit oogpunt draagt de sector bij aan de economische ontwikkeling van het land en aan het terugdringen van armoede. De economische voordelen zijn enorm, maar de exploitatie van palmplantages levert ook veel milieuproblemen op: aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen door ontbossing, bodemverarming door intensieve monocultuur, dramatische afname van het natuurlijk leefgebied van vele reeds bedreigde diersoorten, ...  Indonesië erkent deze problemen en doet nu al inspanningen om de productie te verbeteren. Van bijzonder belang is de certificering "Indonesian Sustainable Palm Oil" (ISPO), die gedeeltelijk het beheer van plantages regelt. Een herziening van de ISPO wordt momenteel overwogen om de geloofwaardigheid ervan te versterken. Volgens de eerste indicaties zal het nieuwe systeem echter een aantal tekortkomingen blijven vertonen. De palmolieproblematiek staat al twee jaar centraal in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Indonesië. 15% (2 miljard euro) van de in Indonesië geproduceerde palmolie wordt geëxporteerd naar de Europese Unie, na India de grootste afnemer. In tegenstelling tot wat de Indonesiërs vrezen, blijft de export van palmolie naar de EU groeien.

Sinds 2017 hebben wetgevende werkzaamheden binnen de EU en haar lidstaten (in het bijzonder een resolutie van het Europees Parlement over de import van palmolie) en de herziening van de Renewable Energy Directive (RED) geleid tot talloze reacties van Indonesië die ervan uitgaan dat de EU-positie de Indonesische producenten discrimineert. Zowel de EU als haar lidstaten probeerden de Indonesische autoriteiten tijdens de verschillende bilaterale contacten gerust te stellen over de bedoelingen van de Europese wetgever en de reikwijdte van het RED II-herzieningsproject. Ondanks deze communicatie-inspanningen blijft het Indonesische standpunt tot dusver zeer afwijzend.

De goedkeuring in mei 2019 van een EU-resolutie inzake de nieuwe richtlijn over hernieuwbare energie lokte logischerwijs een sterke reactie uit van de Indonesische regering. Tegelijkertijd worden op verschillende niveaus inspanningen geleverd om de dialoog te bevorderen.

In het voorjaar van 2019 werden de importquota voor Europese alcohol (inclusief Belgische bieren) niet verlengd, wat de facto de invoer ervan in Indonesië verhinderde. Sinds eind juli 2019 stonden Europese zuivelproducten ook onder het vizier van het Indonesische Ministerie van Handel en waren er op korte termijn beperkende maatregelen van kracht. Wat alcoholische dranken en bieren betreft, bestonden deze "beperkende maatregelen" niet in het verbieden van de invoer bij decreet, wat in strijd zou zijn met de regels van de WTO, maar in het niet verlenen van invoervergunningen onder voorwaarden. Vaak zinloze voorwendsels, en op zijn minst dubieus. De Belgische zuivelindustrie meldde echter in april 2020 een verbetering van de situatie. Bovendien is Indonesië op 9 december 2019 formeel een WTO-consultatieproces gestart met betrekking tot de herziening van de EU-richtlijn hernieuwbare energie en de gedelegeerde handeling ervan.

Deze handelsdisputen zijn niet bevorderlijk voor de aan gang zijnde bilaterale onderhandelingen inzake een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Indonesië.

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Indonesië