U bent hier

Kansrijke sectoren

De informatie op deze landenpagina werd met de grootste zorg samengesteld maar houdt nog geen rekening met de gevolgen van de coronacrisis.

Automobielindustrie

De auto-industrie is een van de belangrijkste industriële sectoren in Oostenrijk.

Volgens Austrian Business Agency telt de Oostenrijkse automobielsector (incl. toeleveranciers, handelaars en garages) meer dan 700 ondernemingen die samen 370.000 mensen tewerkstellen (omzet € 43 miljard jaarlijks). De automobielindustrie is sterk geconcentreerd rond de drie steden Graz, Wenen en Steyr. Naast de productie van voertuigen (ca. 250.000 per jaar) zijn vooral de toeleveranciers van belang voor de Oostenrijkse economie. De toeleveranciers (meer dan 650) hebben zich eveneens rondom deze drie steden, dicht bij hun afzetmarkt, gevestigd (omzet € 16,5 miljard jaarlijks).

De grote auto-constructeurs zijn MAGNA STEYR, MAN (vrachtwagens), Rosenbauer (brandweerwagens) en KTM (moto’s). Bij MAGNA STEYR in Graz worden auto’s in 'onderaanneming' gebouwd. Mercedes-Benz G is het meest bekende model dat er al sinds 1979 wordt gebouwd; vanaf maart 2018 wordt de eerste elektrische wagen van Jaguar bij Magna gebouwd, de I-Pace (elektro SUV). Vanaf de zomer kan men deze wagen kopen (prijs: ca. € 80.000). De grote motorenfabrieken zijn BMW Steyr en Opel Austria Powertrain. De productie van meer dan de helft van de motoren (diesel en benzine) voor BMW auto’s gebeurt bij BMW Motoren GmbH in Steyr (Oberösterreich), de grootste motorenfabriek binnen het BMW-concern. Daar produceerden 4.521 medewerkers in 2017 1,3 miljoen motoren (551.025 diesel en 776.129 benzine) en realiseerden een omzet van € 3,8 miljard. De fabriek van BMW in Steyr is ook het kenniscentrum van de groep betreffende dieselmotoren. Bij Opel Wien (General Motors Powertrain) in Wenen-Aspern (1.600 medewerkers in 2017) worden jaarlijks ruim 1 miljoen motoren en versnellingsbakken gebouwd.

De Oostenrijkse bedrijven worden ondersteund door belangrijke clusters, nl. ACstyria (was in 1995 de eerste Oostenrijkse autocluster en heeft nu 290 partnerbedrijven die een omzet van meer dan € 15 miljard genereren) nabij Graz (namelijk in Grambach) en Automobil-Cluster AC Oberösterreich (ruim 250 Oostenrijkse partnerbedrijven) in Linz. Vroeger was er nog een derde cluster, nl. Automotive Cluster Vienna Region, die is ondertussen omgevormd tot een unit van Wirtschaftsagentur Wien (het agentschap dat investeringen aantrekt voor de hoofdstedelijke regio Wenen).

De automotive cluster ACstyria vervult vier kerntaken t.o.v. haar leden: transfer van informatie en van knowledge - networking - internationalisatie van de activiteiten - opleiding en training.

De leden van de cluster zijn actief in 3 belangrijke segmenten:

  • automotive
  • aerospace
  • rail systems

Een belangrijk lid van ACstyria is de toeleverancier AVL List, de grootste private en onafhankelijke ontwikkelaar ter wereld van verbrandingsmotoren en aandrijfsystemen. Belangrijke leden van de Cluster Oberösterreich zijn BMW Motoren GmbH, MAN Steyr AG, Voestalpine Stahl GmbH en Rosenbauer International AG.

De Oostenrijkse automobielindustrie wordt, zoals in de andere West-Europese landen, geconfronteerd met de verschuiving van de auto-industrie richting Zuidoost-Europa, waar vooral de door de crisis veel gevraagde, kleinere modellen worden gebouwd. De clusters doen er alles aan om hun partnerbedrijven bij deze ontwikkeling te begeleiden, met als uiteindelijk doel, een maximum aantal arbeidsplaatsen in Oostenrijk te vrijwaren. Innovatie door samenwerking zal hierbij een belangrijke rol spelen.

Meer weten

Chemische industrie (incl. kunststoffen)

Er zijn een 250-tal bedrijven actief in de Oostenrijkse chemische industrie, die samen aan ruim 45.000 personen werk bieden (cijfers van 2017). Na de machinebouw en de elektronica is dit de 3de belangrijkste industriële sector in Oostenrijk.

Belangrijke niche-segmenten/productgroepen binnen de industrie zijn:

  • de productie van basis of industriële chemicaliën;
  • de plasticverwerkende industrie en kunststoffen;
  • kunstmest & (grondstoffen voor) bestrijdingsmiddelen;
  • farmaceutische producten (geneesmiddelen en cosmetica);
  • kleurstofpigmenten, lakken en verven.

De kunststofverwerkende branche is met 36,5% de grootste branche binnen de chemische industrie, gevolgd door de farmaceutische industrie met 14,7% en de primaire kunststofbranche met 12,6% (cijfers van 2017). Er worden technische kunststoffen geproduceerd voor toepassingen binnen de verpakkings-, textiel-, automobiel- en elektro-industrie. De economische crisis van 2009 had ook gevolgen voor de chemische sector. De uitvoer, vooral naar de West-Europese landen, kende een daling. Daarna verbeterde de situatie en groeide de uitvoer opnieuw in de periode 2010-2014. Vanaf 2016 stijgt de uitvoer van de chemische sector opnieuw.

De invoer van chemicaliën volgde een gelijkaardige ontwikkeling. De kunststofindustrie is sterk geconcentreerd in de bondslanden Oberösterreich en Niederösterreich. Vooral in Oberösterreich is men zeer actief om de krachten te bundelen binnen het kader van ‘Kunststoff-Cluster Oberösterreich’ (www.kunststoff-cluster.at). Deze bestaat uit ca. 400 partnerondernemingen (186 bedrijven uit Oberösterreich). Een groot deel (ca. 80%) van de bij de cluster aangesloten bedrijven zijn Kmo’s. De omzet voor de chemische industriesector in Oostenrijk bedraagt ca. 16 miljard euro.

Meer weten

Biotechnologie (life sciences)

Volgens Austrian Biotech Industry speelt de Oostenrijkse biotechnologiesector een relatief belangrijke rol in Europa, vooral wat kankeronderzoek betreft. Gemeten naar de OESO-definities, telt Oostenrijk 110 ondernemingen (waarvan 43 in Wenen) die in de biotechnologie actief zijn (omzet: 161 miljoen euro, 1.470 medewerkers). 97 miljoen euro of 60% van de totale omzet wordt in de gezondheidssector (rode biotech: farmaceutische substantia, diagnostica en nieuwe therapieën) gegenereerd en 17 miljoen euro of 11% in de industriële biotechnologie (enzymen e.d.) (bron: LISA-Life Science Austria). Het gezamenlijk aantal van biotech- en farmabedrijven groeide sinds 2012 met 17% naar 336 bedrijven; ze stellen 26.500 personen te werk en genereren een omzet van ca. 12 miljard euro.

In ruimere zin (d.w.z. in bedrijven die ofwel gedeeltelijk ofwel volledig volgens biotechnologische methodes werken) waren in Oostenrijk in deze sector in totaal ca. 55.480 personen in 917 ondernemingen werkzaam (cijfers van 2017). Het aantal bedrijven verhoogde met 25% gedurende de laatste 2 jaar. De life-science industry genereerde in 2017 een omzet ter waarde van 22,4 miljard euro, d.w.z. 5,8% van het BNP (bron: Life Science Report Austria 2018). Men onderscheidt 2 subsectoren, nl. biotechnologie en farmaceutica enerzijds en medische technologie anderzijds. Het aantal bedrijven in de medische technologie is iets hoger (487 bedrijven) dan het aantal bedrijven in de sector biotechnologie en farmaceutica (363 bedrijven). 

In de komende jaren zal de werkgelegenheid in de Oostenrijkse biotechnologiesector gestaag toenemen (met ca. 100 arbeidsplaatsen per jaar), maar het verhogen van de onderzoeksquota (nu 21% van de omzet) blijft een belangrijke uitdaging. Belangrijke centra zijn Wenen, Innsbruck en Graz, maar ook Tulln en Krems zijn opkomende centra. Het zwaartepunt van de biotechnologie ligt in Wenen, dat zich de voorbije jaren ontwikkelde tot een bekende biotechcluster, ook internationaal gezien. Die opmerkelijke ontwikkeling begon in december 2001, toen men met een ambitieus plan begon om het Vienna BioCenter (VBC) uit te breiden. In december 2008 werd door het Ministerie van Wetenschappen een pakket gepresenteerd met investeringen ter waarde van ca. 51 miljoen euro voor de komende 10 jaar. Van deze uitbreiding profiteren zowel gevestigde Life Science bedrijven als startups en spin-offs met de nadruk op R&D. Het VBC is al een aantal jaren de vestigingsplaats bij uitstek voor onderzoekinstituten, ondernemers en universitaire instellingen: ca. 1.400 wetenschappers uit een 40-tal landen verrichten hier grootschalig onderzoek op 90.000 m² kantoor- en onderzoeksoppervlakte. Kernactiviteiten zijn voornamelijk microbiologie, biochemie, oncologie en biocomputing. Wat betreft het aantal biotechpatenten, behoort het Weense VBC inmiddels tot de top-15 van de 150 officiële EU-regio’s.

Vlaamse bedrijven hebben hier zeker kans op een samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Voor toeleveranciers van laboratoria en biochemische bedrijven bestaan er mogelijkheden bij de grote farmaceutische bedrijven. Het kantoor FIT Wenen publiceerde in 2015 een marktstudie "Life Sciences in Oostenrijk" en een update van deze marktstudie is gepland voor 2019.

Meer weten

Campus Vienna Biocenter 1
1030 Wenen
T: +43 1 79730
office@viennabiocenter.org | www.viennabiocenter.org

LISA – Life Science Austria
Austria Wirtschaftsservice
Technologie und Innovation
Walcherstraße 11A, 1020 Wien
T: +43 1 501 75-548
www.lifescienceaustria.at

Austrian Biotech Industry ABI
Wiedner Hauptstraße 63, 1045 Wenen
T: +43 5 90900-3340
office@fcio.at | www.biotechindustry.at

Zie ook: www.oegmbt.at Österreichische Gesellschaft für Biotechnologie

Industrie 4.0, incl. Artificiële Intelligentie (‘AI’) en Internet of Things (‘IoT’)

In Duitstalige landen (Duitsland, Oostenrijk) is “industrie 4.0” een veel gebruikte term die teruggaat naar de HighTech strategie (in 2016) van de Duitse Regering om de industrie aan te passen aan het moderne digitale tijdperk, t.t.z. om de industriële productieprocessen te digitaliseren. Na de gekende eerste (mechanisatie dankzij de stoommachine), tweede (massa productie dankzij elektriciteit) en derde (automatisatie dankzij de computer) industriële revolutie, gaat het in dit vierde stadium nog steeds over automatisatie, waarbij ditmaal het (snelle) internet een cruciale rol speelt en waarbij vooral connectiviteit, big data, en de uitwisseling en verwerking van die big data erg belangrijk zijn.

De vierde industriële revolutie is gestoeld op 4 pijlers: interconnectie vnl. van toestellen en machines over internet; beschikbaarheid van grote hoeveelheid aan informatie (big data); verwerking van big data dankzij algoritmes (artificiële intelligentie); zodat dit alles kan leiden tot autonome beslissingen. Industrie 4.0 of de vierde industriële revolutie gaat, in essentie, nog altijd over industriële productie (smart factory), maar de problematiek is ook veel ruimer aangezien het minstens evenzeer gaat over de aanwending van nieuwe processen, met de bijhorende implicaties voor veiligheid (cyber-security) en voor eindgebruiker. Internet of Things (IoT) en Artificiële Intelligentie (AI) zijn dus inherent nauw verbonden met Industrie 4.0 en een snel en vooral ook mobiel (cfr. uitrol van 5G-netwerken) internet zijn cruciaal voor de volledige implementatie van die vierde industriële revolutie.

Industrie 4.0 krijgt veel aandacht en is van belang in Oostenrijk omwille van twee factoren. Vooreerst maakt Oostenrijk een zeker inhaalmanoever t.o.v. Duitsland: terwijl de Duitse Bondsregering al begin 2016 uitpakte met haar strategie ‘Zukunftsprojekt Industrie 4.0’, sijpelde het belang ervan in Oostenrijk pas ten volle door in 2017. Ten tweede is Industrie 4.0 van cruciaal belang voor de toekomst van enkele belangrijke industriesectoren in Oostenrijk. De automobielindustrie, waaraan FIT Wenen een markstudie wijdde in 2017, is een schoolvoorbeeld: de auto van de toekomst is ongetwijfeld een die in min of meer grote mate autonoom (dus zonder bestuurder) zal kunnen rijden, wat alleen mogelijk is dankzij de inzet van talrijke sensoren, de snelle verwerking van big data aan de hand van complexe algoritmes en de onderlinge communicatie van autonoom rijdende wagens over een snelle internet verbinding. Kortom, enkel mogelijk bij een volledige implementatie van Industrie 4.0. De vierde industriële revolutie is in Oostenrijk in volle beweging en deze toekomstgerichte sector zal op termijn allicht kansen creëren voor Vlaamse bedrijven. Om die opportuniteiten beter te kunnen inschatten, zal kantoor FIT Wenen in het komende jaar 2020 een marktstudie wijden aan Industrie 4.0.

Meer weten i.v.m. Industrie 4.0 in Oostenrijk?

Kennis- en onderzoekscentra Carinthian Tech Research (https://www.ctr.at/en) en Silicon Alps Cluster (https://www.ctr.at/en) in Villach; Lakeside Labs (https://www.lakeside-labs.com) in Klagenfurt waar de universiteit onderzoek doet naar network embedded systems, met focus op drones (https://nes.aau.at); Salzburg Research Center (https://www.salzburgresearch.at) is een pionier in Oostenrijk met onderzoek naar Industrie 4.0 (https://i40transform.salzburgresearch.at). Meer info vindt men ook op volgende interessante websites:

Platform Industrie 4.0 Österreich: https://plattformindustrie40.at
Austrian Council on Robotics and AI: https://www.acrai.at/en
Austrian Society for AI: https://www.aiaustria.com

De beurs ‘Smart Automation Austria’ wordt jaarlijks georganiseerd door Reed Exhibitions alternatief in Wenen en in Linz. Editie 2019 vindt plaats in Linz op 14-16/05/2019: https://www.smart-linz.at 

Distributie bouwmaterialen (retail)

Met ca. 1,7 m² retailhandeloppervlakte per inwoner beschikt Oostenrijk over een grote concentratie aan detailhandelszaken en bekleedt op dit vlak in Europa de eerste plaats ofschoon de tendens duidelijk negatief is. Voor de eerste keer in de geschiedenis kende de verkoopoppervlakte in 2013 een daling, meer bepaald van 0,8% tegenover 2012, in de jaren 2015/2016 daalde de oppervlakte met 2,5% (!), een ontwikkeling die nog zal voortduren in de komende jaren (voor 2020 wordt 1,5 m² verwacht). In 2017 was de verkoopsoppervlakte (retail) in Oostenrijk 13,7 miljoen m². De onlinehandel is grotendeels verantwoordelijk voor deze veranderingen. In 2017 hebben de top 10 online shops in Oostenrijk 51% van de totale omzet in de onlinehandel (3,6 miljard euro) bereikt. AMAZON, ZALANDO, UNIVERSAL (aanbieders met een breed aanbood) zijn de top drie online handelaars in Oostenrijk. Deze sector is dus sterk geconcentreerd.

De Oostenrijkse retailmarkt wordt gedomineerd door buitenlandse winkelketens, vooral uit Duitsland.

Oostenrijk telt ongeveer 520 Baumärkte (cijfer van 2016, bron: https://de.statista.com/statistik/daten/studie/327976/umfrage/anzahl-der-baumaerkte-in-oesterreich/) met een totale verkoopoppervlakte van ong. 1,5 miljoen m². Een Oostenrijkse bouwmarkt heeft een gemiddelde grootte van 5.600 m². Dit betekent dat Oostenrijk de sterkste concentratie aan bouwmarkten heeft per inwoner in Europa. Maar het betekent ook dat de ketens sterk met elkaar concurreren om overeind te kunnen blijven. Zo heeft de Duitse keten Praktiker zich in 2006 zelfs teruggetrokken uit Oostenrijk.

Door het feit dat de omzet in de afdeling bouw sinds meerdere jaren stagneert en de meeste groei kan worden gerealiseerd met de tuincentra, neemt het belang van de tuincentra binnen de bouwmarkten toe: ze vertegenwoordigen soms tot 1/3 van de omzet van een standplaats. 

De Oostenrijkse keten BAUMAX was naar omzet de absolute marktleider. Maar het bedrijf heeft zich sterk richting Centraal- en Oost-Europa ontwikkeld, wat voor gevolg heeft dat een groot deel van de omzet buiten Oostenrijk werd gerealiseerd. BAUMAX ondervond grote problemen met de omzet in Centraal- en Oost-Europa en werkte aan een saneringsconcept. Uiteindelijk was BAUMAX verplicht om 49 van haar 65 Oostenrijkse BAUMAX-filialen te verkopen aan de Duitse OBI-keten, dat naar omzet duidelijk de nummer 1 in Oostenrijk wordt. Niet alleen in Oostenrijk zullen BAUMAX-filialen worden omgedoopt tot OBI-markten, maar ook in Slovenië (2), in Tsjechië (5) en in Slovakije (14).

De omzet van de bouwmarkten in Oostenrijk bedroeg € 2,53 miljard in 2017.

De volgende bouwmarktketens zijn de belangrijkste spelers in Oostenrijk (na de verkoop van BAUMAX):

  1. OBI - 30% martaandeel - 79 markten
  2. RAIFFEISEN WARE AUSTRIA (LAGERHAUS) - 20% marktaandeel - 90 markten
  3. BAUHAUS - 15% marktaandeel - 21 markten
  4. HORNBACH - 15% marktaandeel - 14 markten
  5. HAGEBAU/ÖBAU - 50 markten
Meer weten

Distributie voeding (incl. biovoeding) & dranken (retail)

De Oostenrijkse levensmiddelenhandel (supermarkten) vertegenwoordigde in 2017 een omzet van ca. 20,8 miljard euro (stijging van 4,3% t.o.v. 2016). Ongeveer 96% van de markt is in handen van 5 marktaanbieders, nl. REWE, SPAR, Hofer en Lidl (met een sterke Duitse inslag) en MARKANT. De Oostenrijkse levensmiddelendetailhandel is hiermee wellicht één van de meest geconcentreerde in Europa.

Veruit de belangrijkste spelers in deze groep van 5 zijn REWE-groep, SPAR en Hofer (het Oostenrijkse filiaal van ALDI) plus LIDL. Op zich namen ze 92% van de totale omzet binnen de levensmiddelenhandel voor hun rekening. Absolute marktleider is REWE met 34,2% marktaandeel in 2017 (incl. ADEG), gevolgd door SPAR met 31,2% marktaandeel en door Hofer (500 filialen).

Het aantal levensmiddelenzaken gaat de laatste jaren achteruit. Enerzijds wordt deze ontwikkeling toegeschreven aan de overname van ADEG door REWE, aan de herstructurering van Zielpunkt/Plus (ondertussen failliet gegaan) en aan de afslanking van Markant Österreich, waardoor minder lucratieve winkelpunten worden gesloten. Tegenover dit dalend aantal winkelpunten staat een toenemende gemiddelde verkoopoppervlakte.

REWE en SPAR zijn uiteraard concurrenten, maar zijn in zekere zin ook bondgenoten wanneer het gaat om de strijd aan te gaan tegen de hard discount, nl. tegen Hofer en Lidl die in 2017, naar schatting, een aandeel van 26,6% van de totale omzet in de levensmiddelenhandel hadden.

Zielpunkt (232 filialen) werd volledig door Pfeiffer-groep overgenomen (per 01.03.2014). Eind 2015 ging Zielpunkt uiteindelijk failliet. De meeste standplaatsen werden overgenomen door andere spelers in de Oostenrijkse levensmiddelenhandel. SPAR nam 27 markten over, REWE 25 (waarvan 4 drogisterijwinkels BIPA) en 21 filialen werden BILLA- of Penny-filialen, Hofer nam 11 markten over. De bio-supermarktketen denn's nam 7 filialen over, Lidl 10 filialen en de Turkse keten ETSAN nam 8 filialen over. Verder namen de drogisterijketens BIPA (REWE) 4 filialen over en dm (Duitsland) 7 filialen. De sterke concentratie in de Oostenrijkse levensmiddelenmarkt zet zich daarmee door. Het is evenmin verwonderlijk dat een groot aandeel van de voedingswaren van Oostenrijkse origine zijn.

Tot slot is er meer aandacht voor biovoeding. Een Oostenrijks gezin spendeert per jaar 180 euro aan bioproducten (in 2011 was dit nog 93 euro). In 2017 was 8,6% van alle gekochte verse producten (zonder brood en gebak) in de Oostenrijkse levensmiddelenhandel bioproducten (t.o.v. 8% in 2016 en 6 à 7% tijdens de voorbije jaren). De meest gekochte bioproducten zijn eieren, melk en aardappelen en groenten.

De omzet van bioproducten in de Oostenrijkse levensmiddelenhandel bedroeg in 2017 ca. 508 miljoen (t.o.v. 315 miljoen in 2011).

Bijna 90% van de bevolking koopt af en toe bioproducten. Niemand durft te voorspellen hoe sterk het marktaandeel van bioproducten nog zal toenemen. Wel staat vast dat Oostenrijk door internationale ketens als een testmarkt wordt beschouwd: men houdt scherp in het oog hoe ver de marktpenetratie met biolevensmiddelen kan gaan. Opmerkelijk is het bestaan van biowinkels en biosupermarkten. De belangrijkste speler in dit segment is de Duitse keten dennree Naturkost (28 filialen in Oostenrijk, na de overname van 7 Zielpunkt-filialen, zie hierboven). De grote expansie van dergelijke gespecialiseerde ketens lijkt echter tot stilstand gekomen te zijn. Ze moeten immers opboksen tegen de traditionele levensmiddelenhandel die zijn bio-assortiment voortdurend uitbreidt en die veelal op betere locaties gevestigd is. Ook heeft de traditionele levensmiddelenhandel eigen biohuismerken ontwikkeld: bij REWE is dit bv. “Ja!Natürlich”, bij SPAR "Natur pur" en bij Hofer is dit “Zurück zum Ursprung”.

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Oostenrijk