U bent hier

CORONAVIRUS - De toestand in Oostenrijk

1. Algemene toestand

De longziekte COVID-19, veroorzaakt door het SARS-CoV-2 virus, houdt ook 2021 nog huis in Oostenrijk, des te meer omwille van de nieuwe mutaties. De snel stijgende cijfers en ongerustheid over dreigende saturatie in de gezondheidszorg, in het bijzonder wat de IZ-beddencapaciteit betreft, noopte de regering tot strengere maatregelen. Daarom wordt de derde lockdown in Oostenrijk verlengd tot 8 februari 2021.

2. Voorzorgsmaatregelen

Oostenrijk is na een korte onderbreking na de tweede lockdown (= van 2 november tot 6 december 2020) opnieuw in een harde lockdown vanaf 26 december 2020. Deze lockdown wordt nu verlengd tot 8 februari 2021. Horeca, cultuurhuizen en toerisme blijven sowieso dicht tot minstens maart 2021. Wanneer zij terug opengaan zal afhangen van de evaluatie in de loop van februari. Alle niet-essentiële winkels blijven eveneens dicht. Levensmiddelenwinkels, apotheken en enkele andere categorieën van winkels die essentiële goederen of diensten voor het dagelijks leven verkopen, mogen wel openblijven.

Het dragen van een FFP2-mondmasker wordt vanaf 25 januari verplicht in alle binnenruimtes, zoals winkels en warenhuizen, banken en postkantoren en uiteraard in het openbaar vervoer (waar voordien ook al een mondmaskerplicht was). In het openbaar vervoer moet een afstand van minstens 2 meters tot andere personen gehouden worden.

Verder wordt gepleit voor maximaal thuiswerken. Waar dit niet mogelijk is, moet ministens 2 meter afstand gehouden worden.

Alle actuele maatregelen vindt u op https://www.sozialministerium.at/Informationen-zum-Coronavirus/Coronavir....

3. Exitstrategie 

In januari 2021 vinden nieuwemassatesten plaats (na de eerste massatesten op het einde van de lockdown begin december). Testen blijft in de volgende maanden belangrijk. Verder werd, zoals in alle landen van de EU, met de (vrijwillige) inentingen begonnen, zie: https://www.sozialministerium.at/Themen/Gesundheit/Impfen/Impfplan-%C3%9....

4. Economie

a. Economische impact 

Per eind april 2020 werd al duidelijk dat de coronacrisis een enorm zware impact zal hebben op de Oostenrijkse economie. Maar de economische krimp (recessie) zal waarschijnlijk iets minder zijn dan eerder werd gevreesd. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwachtte midden oktober dat het bbp, dat bijna EUR 400 miljard bedroeg in 2019, zal krimpen met ca. 6,7% in 2020. Voor 2021 verwachten de economen een stijging van 4,6%. Dankzij economische hulp en monetaire beleidsondersteuning konden de gevolgen van de coronacrisis in het tweede kwartaal beter opvangen worden dan verwacht.

Verder werd door de coronacrisis in april een recordaantal werklozen van 12,7% bereikt. In augustus daalde het werkloosheidspercentage tot 10,1% vanwege seizoensinvloeden. Aangezien het matige hersteltempo kan een te snelle terugkeer naar het niveau van voor de crisis (2019: 7,4%) in 2020 niet worden verwacht. Dat heeft natuurlijk ook met de tweede lockdown te maken. Hoewel werkgevers weer uitgebreid op het instrument van tijdelijke werkloosheid (‘Kurzarbeit’) beroep kunnen doen, gaan waarnemers ervan uit dat nu minder van ‘Kurzarbeit’ gebruik zal gemaakt worden, omdat bedrijven een sluiting willen vermijden. De minimale tewerkstelling onder het tijdelijke werkloosheidsregime wordt van 30% op 10% teruggebracht. Daar dat gemiddelde over meer dan 1 maand kan berekend worden, is het mogelijk werknemers ook (korte tijd) helemaal op non-actief te zetten. Dat is vooral voor de horecasector van groot belang is. Bovendien komt er voor het eerst voor werknemers in de horecasector een compensatie voor het fooiverlies. Het zou daarbij gaan om een nettobedrag van EUR 100/maand (voor november).

b. Handelsbelemmeringen

Binnen de interne EU-markt mogen er in principe geen handelsbelemmerende maatregelen bestaan. Vindt u dat de overheid van een andere EU-lidstaat tegen dat principe zondigt? Worden de interne marktregels verkeerd toegepast? Dan kan u terecht bij het Enterprise Europe Network. Dit netwerk geeft advies bij klachten van bedrijven tegen andere bedrijven of tegen overheidsadministraties.

c. Relancemaatregelen

Om de economie in de coronacrisis te ondersteunen heeft de Oostenrijkse regering een hulppakket ter waarde van EUR 50 miljard samengesteld.

Een deel van het noodpakket is een Härtefallfonds, bedoeld voor eenpersoonszaken (EPU’s) en kleine ondernemingen (minder dan 10 personen). Het Härtefallfonds biedt financiële hulp van max. EUR 2.000/maand, maar minstens EUR 500, en voor max. EUR 6.000 (dus 3 maanden). Deze bedragen zijn, de facto, subsidies die niet moeten worden terugbetaald. De financiële hulp wordt uitbetaald via WKÖ, de Kamer van Koophandel.

Een ander deel van het noodpakket is het 'Corona-Hilfsfonds', bedoeld onder andere voor de horecasector die wordt gesteund met overbruggingskredieten, aan gunstige rentevoeten.

Voor de kmo’s en grote ondernemingen werd ook het instrument van tijdelijke werkloosheid (‘Kurzarbeit’) uit de kast gehaald. De Oostenrijkse regering probeert erg hard om grote en middelgrote ondernemingen te overtuigen om zoveel mogelijk mensen in ‘Kurzarbeit’ te sturen, in plaats van te ontslaan.

De mensen die in ‘tijdelijke werkloosheid’ gaan moeten zich aanmelden bij AMS, het Oostenrijkse equivalent van de VDAB, dat de financiële hulp uitbetaalt. Ook bij de tweede lockdown kunnen werkgevers uitgebreid op dit instrument beroep knnen doen. De minimale tewerkstelling onder het tijdelijke werkloosheidsregime wordt van 30% op 10 % teruggebracht. Daar dat gemiddelde over meer dan 1 maand kan berekend worden, is het mogelijk werknemers ook (korte tijd) helemaal op non-actief te zetten. Dat is inzonderheid voor de horecasector van groot belang is. Werknemers kunnen in de regel 80%, laagbetaalden zelfs 90% van hun loon ontvangen. Bovendien wordt bedrijven, in november, een vergoeding uitbetaald a rato van 80% van de omzet in dezelfde periode in 2019. Een en ander zal berekend worden op basis van de data uit de belastingaangifte aanslagjaar 2019, zodat de compensatie onbureaucratisch en snel uitbetaald kan worden. Voorlopig is die tussenkomst begrensd op € 800.000/onderneming, waarbij al eerder uitbetaalde vergoedingen in mindering gebracht moeten worden. Deze schadeloosstelling is voor alle vennootschappen en verenigingen, inclusief cultuurinstellingen, musea en sportverenigingen, open te stellen. Voorwaarde is wel dat er geen ontslagen vallen.

d. Economische vooruitzichten

Bank Austria, deel van de Italiaanse UniCredit groep, publiceerde in haar ‘Austria-up-to-date’ april 2020 rapport haar verwachtingen voor 2020 en prognoses voor 2021:

Kerncijfers 2017 2018 2019 2020 (verwachting) 2021 (prognose)
(% evolutie t.o.v. vorig jaar)

Reële bbp-groei

2,4% 2,6% 1,4% -6,3% 5,0%
Private consumptie 1,9% 1,1% 0,8% -6,8% 6,7%
Export 4,9% 5,5% 2,9% -9,7% 5,3%
Import 5,3% 5,0% 2,3% -8,9% 4,0%
Inflatie (CPI) 2,1% 2,0% 1,5% 1,4% 1,6%
Werkloosheid (Eurostat) 5,5% 4,9% 4,5% 5,0% 5,2%
Begrotingstekort (% bbp) -0,8% 0,2% 0,7% -10,0% -4,2%
Overheidsschuld (% bbp) 78,5% 74,0% 70,5% 83,9% 82,9%

Bron: Bank Austria, 'Austria-up-to-date', update macro-economische cijfers per oktober 2020

Eind 2019 verwachtte Bank Austria al een zwakkere groei van 1,1% van het bbp voor 2020 omwille van de conjunctuurverzwakking in Duitsland en West-Europa. In maart 2020 brak de coronacrisis uit in volle hevigheid. Als gevolg van de pandemie daalde het bbp in Oostenrijk in de eerste helft van 2020 met ongeveer 9%. Door de relatief korte (eerste) lockdown en de snelle heropening van de economie waren de economische verliezen iets lager dan de studiedienst van Bank Austria had verwacht. Daarom hebben ze in oktober de prognose voor 2020 verhoogd tot -6,3%. Dat is iets positiever dan de verwachtingen van het IMF (-6,7%) of WIFO (-6,8%). De werkloosheid stijgt tot 5%, deels omdat niet alle mensen die in tijdelijke werkloosheid werden gestuurd uiteindelijk hun job zullen kunnen behouden en deels omwille van de tweede lockdown in november.

e. Opportuniteiten op korte termijn

‘Korte termijn’ definiëren we als: het lopende jaar 2020. Uit de prognoses (prognoses Bank Austria hierboven) blijkt dat er nauwelijks enige opportuniteiten zullen zijn in 2020. Bank Austria verwacht immers voor 2020 een diepe economische recessie, veroorzaakt door twee belangrijkste factoren:

  1. het instorten van de private consumptie (-6,8% in 2020) omdat het te besteden inkomen in mekaar zakt (als gevolg van oplopende werkloosheid);
  2. het instorten van de Oostenrijkse export (-9,7% in 2020) omdat het besteedbare inkomen in exportmarkten een klap zal krijgen.

f. Opportuniteiten op lange termijn

‘Lange termijn’ definiëren we als: het komende jaar 2021. Macro-economisten verwachten dat de Oostenrijkse economie een V-verloop zal kennen: een zware recessie in 2020, gevolgd door een economisch inhaalmanoeuvre in 2021, met een positieve groei (opstoot) van het reële bbp en met een werkloosheid die zich zal stabiliseren op 5,2%. Dat laatste betekent dat gezinnen in 2021 opnieuw over meer inkomen zullen beschikken en daarom meer zullen kunnen consumeren. Bovendien zullen aankopen die in 2020 werden uitgesteld wellicht plaatsvinden in 2021.

Daarbij dient een belangrijke kanttekening geplaatst: In deze prognose werd nog geen rekening gehouden met de tweede lockdown.

Winnaars en verliezers van de coronacrisis:

De crisis heeft ernstige gevolgen voor de kapitaalgoederenindustrieën die nauw betrokken zijn bij internationale toeleveringsketens en het merendeel van hun producten exporteren. Dat betreft vooral de motorvoertuigensector, die ook nadelig wordt beïnvloed door technologische herstructureringsmaatregelen, evenals werktuigbouwkunde en delen van de metaalproductie en -verwerking. Verder lijden ook kleinere, sterk consumentafhankelijke sectoren, zoals de kleding- en schoenenproductie, ernstige verliezen. Daarentegen blijkt de farmaceutische industrie een van de winnaars van de crisis te zijn en ook de bouwsector kon na een zeer korte onderbreking – door de eerste lockdown – haar capaciteit snel weer volledig benutten.

De dienstensector zal in 2020 geringe verliezen lijden, al komt dit door de stabiliserende invloed van openbare diensten en de gezondheidssector. Bovendien zal een groot aantal dienstverlenende bedrijven een ongekende economische tegenslag ondervinden, hoewel sommige commerciële sectoren, zoals de detailhandel in levensmiddelen, onroerend goed en financiële dienstverlening, naar verwachting zullen groeien. Sectoren, waarin bedrijven volledig moesten sluiten vanwege de lockdown of sectoren, die onder de beperkingen als gevolg van de pandemie blijven lijden, zijn bijzonder betrokken. Dit zijn vooral op toerisme gerelateerde bedrijfstakken, zoals horeca, catering, zakelijke dienstverleners, cultuur en persoonlijke dienstverlening. 

5. Nuttige links

6. Dossier coronavirus

Het coronavirus heeft een wereldwijde impact, niet alleen op de gezondheid, maar ook op de economie. Ook uw export kan hiervan gevolgen of zelfs hinder ondervinden. FIT monitort de risico's dagelijks en ons buitenlands netwerk informeert u over alle implicaties voor Vlaamse exporteurs op hun internationale activiteiten. 

Wat gebeurt er met FIT groepsstanden op beurzen of andere acties? Volg het dossier Coronavirus op onze website.
Met vragen over internationaal ondernemen in tijden van corona, kunt u terecht bij exportadvies-corona@fitagency.be

18 januari 2021