U bent hier

Verenigd Koninkrijk in cijfers

CORONAVIRUS

UPDATE 11/01/2021
Op 6 januari 2021 is Engeland in een derde nationale lockdowngegaan. Deze zal duren tot en met 15 februari 2021 en zal op die datum ook herzien worden. Internationale reizigers die Engeland wensen te betreden dienen in het bezit te zijn van een negatieve COVID-19 test die maximaal 72u voor vertrek werd afgenomen. Bij gebrek aan een negatieve test kan een £500 boete opgelegd worden en zelfs de toegang tot het grondgebied geweigerd worden. Daarnaast moet ook de 10 dagen zelf-isolatie regelgeving nog steeds nageleefd worden, onafhankelijk van het testresultaat. Uitzonderingen op de verplichte zelf-isolatie zijn van toepassing wanneer u binnen de travel corridors reist, of wegens professionele uitzonderingen.

Klik op de respectieve landen voor meer informatie over Schotland, Noord-Ierland of Wales.

Op deze website van de Britse overheid kan u zich inschrijven om op de hoogte te blijven wanneer de Britse overheid aanpassingen maakt in verband met internationaal reizen.

Meer informatie omtrent het afreizen naar het Verenigd Koninkrijk kunt u ook hier terugvinden. U moet vóór het reizen naar het VK het Passenger Locator Form invullen. Die kunt u terugvinden via deze link en kan vanaf 48 uur vóór aankomst in het VK ingevuld worden. Hiervoor heeft u paspoortgegevens, reisgegevens en een lokaal adres nodig waar u zult verblijven. Bij aankomst in het VK moet u 10 dagen zelf-isoleren (uitzonderingen hierop vindt u hier). Overtredingsboetes hieromtrent kunnen oplopen tot £10.000. Meer informatie over het zelf-isoleren kunt u op volgende website terugvinden. Sinds 15 december is er een ‘test to release’ optie (zie ook bovenstaande link) waarbij u zich na 5 dagen op eigen initiatief (tegen betaling) kunt laten testen. Indien het resultaat negatief is, wordt u vrijgesteld van verdere zelf-isolatie. Meer informatie hieromtrent kunt u hier terugvinden.

We vermelden hier ook graag bij dat er een gratieperiode is voor het reizen met Europese identiteitskaarten naar het VK na de Brexit. Momenteel wordt op de website van de Britse overheid aangegeven dat dit mogelijk blijft tot en met 30 september 2021. Meer informatie hierover kunt u hier terugvinden.

Ten slotte kunt u meer informatie terugvinden op de FIT website, waar u toegang heeft tot de dossiers Coronavirus en Brexit.

Blijf up-to-date en lees er meer over in ons nieuwsbericht. Met vragen over internationaal ondernemen in tijden van Corona, kunt u terecht bij exportadvies-corona@fitagency.be.

De informatie op deze landenpagina werd met de grootste zorg samengesteld maar houdt nog geen rekening met de gevolgen van de coronacrisis.
Officiële naam
United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland
Hoofdstad
Londen
Oppervlakte
244.100 km² (= 8,0 x België)
Aantal inwoners
66,4 miljoen
Staatshoofd
Koningin Elizabeth II
Regeringsleider
Premier Boris Johnson
Taal
Engels
Munt
Pond Sterling Wisselkoers
Belangrijke steden
Londen (8,6 miljoen inwoners), Birmingham (1,1 miljoen), Leeds (789.194), Glasgow (626.410), Sheffield (582.506), Manchester (547.627), Bradford (537.173), Edinburgh (518.500), Liverpool (494.816), Bristol (463.405)
Het VK bestaat uit
Engeland (130.400 km²), Schotland (78.800 km²), Wales (20.800 km²), Noord-Ierland (14.100 km²)

Economische informatie

Bruto Binnenlands Product (BBP)
2.861 miljard USD (543 miljard USD in België)
BBP/Capita
43.043 USD (47.491 USD in België)

Economische vooruitzichten

De Britse economie belandde na een krimp in het derde en vierde kwartaal van 2008 officieel in een recessie. Eind 2008 presenteerde de toenmalige Britse Labour-regering een reddingsplan dat de banken met tientallen miljarden ponden steunden. Een aantal grote banken zoals Lloyds en de Royal Bank of Scotland werden gedeeltelijk genationaliseerd. Maar consumenten en bedrijven hielden door de financiële crisis de vinger op de knip. De Bank of England verlaagde in maart 2009 de rentevoet tot een diepterecord van 0,5% om meer geld te creëren om de economie te stimuleren. De coalitie van Conservatieven en Liberaal-Democraten, die in 2010 aan de macht kwam, nam zich voor om de overheidsdiensten voor meer dan £100 miljard te saneren om het recorddeficit in de begroting te dichten. De meeste besparingen gebeurden bij de lokale overheden en bij het transport- en onderwijsdepartement. Verder kwam er onder meer een vacaturestop voor ambtenaren en gingen meer dan 300.000 banen in de openbare diensten voor de bijl. Ook stonden er besparingen bij IT-programma's, vastgoed en leveranciers op het programma. Bovendien verhoogde de regering de btw vanaf 2011 van 17,5% naar 20% en schrapte men sommige sociale uitkeringen. Tegelijkertijd verlaagde men de vennootschapsbelasting tot 26% (in 2017 zelfs tot 19% en volgens de plannen tegen april 2020 naar 18%) om de economie aan te zwengelen. Deze drastische besparingen pasten bovendien in, toenmalige Premier, David Camerons idee om de 'big government' (de volgens de conservatieven massale overheidsinmenging in het sociale en economische leven) af te bouwen.

Stilaan kwam de economie van het Verenigd Koninkrijk uit de langste recessie sinds de eerste metingen in 1955. Ook ondanks de brexitperikelen bleef de Britse economie altijd sterk presteren maar in het tweede kwartaal van 2019 kwam hier plots verandering in met een krimp van 0,2% (i.t.t. een 0,5% groei in dezelfde periode in 2018). Volgens het Office of National Statistics is dat het slechtste resultaat sinds 2012. In de afgelopen zes jaar liet de Britse economie immers alleen maar groei zien. De cijfers kwamen eerder onverwacht. Veel economen hadden verwacht dat de groei van de Britse economie zou stagneren maar niet dat de economie effectief zou krimpen. In het eerste kwartaal van 2019 groeide de economie bovendien nog met 0,5 %. Dat was deels te danken aan het aanleggen van voorraden voor de aangekondigde brexit. De industriële productie werd echter na het verdagen van de brexit eind maart teruggeschroefd en bedrijven en winkels teerden op de voorraden, met als gevolg een lagere groei. Bovendien stellen, door de onzekerheid rond Brexit, veel in het Verenigd Koninkrijk gevestigde bedrijven investeringen uit.  De verwerkende nijverheid, al enige tijd de achilleshiel van het Britse herstel, tekent voor 10% van het BBP (in tegenstelling tot 36% in 1948). De terugval in de industriële sector wordt echter geholpen door een stijging in de vraag naar export door de devaluatie van het pond. Eveneens presteerde de bouwsector zwak en er was vrijwel geen groei te zien in de traditionele sterkhouder, de dienstensector (bijna 80% van het BBP).

Maar de Britse economie vermeed een recessie in het derde kwartaal van 2019 en groeide (weliswaar historisch laag) met 0,3 procent. Alhoewel de bedrijfsinvesteringen opnieuw achterbleven, werd dit enigszins gecompenseerd door de uitgaven van overheden en consumenten. Verder nam de activiteit in de Britse dienstensector en bouw toe, maar was stagnatie te zien in de bedrijvigheid van de verwerkende industrie.

Analisten menen dat de slechte cijfers te maken hebben met de aanhoudende onzekerheid over het Britse vertrek uit de EU en een wereldwijde economische terugval.

Het National Institute of Economic and Social Research (NIESR) becijferde bijvoorbeeld dat de Britse economie ten gevolge van de onzekerheid rondom Brexit 2,5% kleiner is dan wanneer het Verenigd Koninkrijk besloten zou hebben bij de Europese Unie te blijven. Meer nog, volgens NIESR zou de Britse economie over tien jaar 3 à 4% kleiner zijn wanneer het vertrekakkoord door Boris Johnson onderhandeld wordt uitgevoerd. Maar indien de Britten het komende decennium op de huidige manier blijven aanmodderen zou de schade slechts 2% zijn…

Economen verwachten dat de Britse economie in 2019 met 1,2% zal groeien, wat de zwakste groei zou betekenen sinds de financiële crisis ruim tien jaar geleden.

Er zijn evenwel positieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Zo bedroeg de werkloosheidsgraad slechts 4,5% en werd in april 2019 de ‘National Living Wage’ verhoogd tot £8.21 voor werknemers die 25 jaar en ouder zijn.

Bovendien bevordert de Bank of England (BoE) via haar lage rente de financierbaarheid van de overheidsschuld. Ook diende de Bank of England de economie “monetaire doping” toe door voor £435 miljard waardepapier op te kopen. In november 2017 kwam echter een einde aan het lagerentebeleid en werd de rente door de Bank of England verhoogd naar 0,5%. Sinds augustus 2018 staat die inmiddels op 0,75%. De BoE, geleid door gouverneur Mark Carney, had eerder aangegeven dat er de komende jaren meer rentestappen nodig zullen zijn om de inflatie onder controle te houden, maar inmiddels neemt onder kenners echter de verwachting toe dat de centrale bank eerder tot een renteverlaging zal overgaan dan een verhoging.

Politieke situatie

De nipte overwinning van het ‘better together’-kamp in het Schotse referendum in 2015 en de verkiezingsoverwinning van de Conservatieve partij o.l.v. David Cameron leken ervoor te zorgen dat de financiële stabiliteit van het land gegarandeerd was en het economische herstel zich kon voortzetten.

Maar dat was zonder de onzekerheid rond het ‘Brexit’-referendum gerekend die de Britse samenleving sinds 2016 in de ban houdt. Alhoewel de peilingen een nek-aan-nekrace voorspelden tussen het ja- en het nee-kamp kwam de uiteindelijke uitslag op 23 juni 2016 met 51,9% ‘Leave’ en 48,1% ‘Remain’ stemmen voor velen als een verrassing.  Alhoewel de Britten reeds ‘opt-outs’ konden binnenhalen op grote beleidsterreinen zoals Schengen, monetaire integratie en fundamentele rechten sinds hun toetreding in 1973, staan ze zeer sceptisch tegenover een ambitieus Europees project en de migratie- en eurocrisis heeft deze gevoelens enkel aangescherpt.

De Brexit uitslag - met een opkomst van 72,2% - raakte de Britse samenleving in al zijn geledingen en de posities zijn sterk verdeeld, zelfs binnen de Conservatieve regeringspartij. Zo heerste de strijd niet alleen binnen de politieke partijen maar ook tussen regio’s (stad versus platteland; Schotland en Noord-Ierland versus Engeland), tussen generaties en tussen sociale lagen. Het bedrijfsleven was bovendien ook verdeeld tussen zij die hoopten op deregulering buiten de EU en zij die continuïteit wensten binnen de interne markt. Het hielp daarenboven niet dat de hoog opgelopen emoties nog verder worden opgezweept door rancuneuze politici en de Britse (populaire) pers.

De uitslag kostte David Cameron al snel zijn job en ook zijn opvolgster Theresa May leek zich van de ene crisis naar de andere te slepen. Haar belofte van een ‘strong and stable’ bestuur kwam dan ook onder vuur te liggen en na een hevige interne machtstrijd besloot ze af te treden. Haar vroegere minister van Buitenlandse Zaken en torenhoge favoriet Boris Johnson werd in de zomer van 2019 verkozen tot nieuwe partijleider van de Britse Conservatieve partij en als dusdanig ook premier.

Met de hete adem van de deadline van 31 oktober in zijn nek kon Premier Johnson een vertrekakkoord met de EU sluiten. Hij kon dit echter niet tijdig door het Lagerhuis loodsen en zag zich gedwongen opnieuw uitstel te vragen. Aangezien Johnson vastbesloten is om brexit te verwezelijken, vroeg hij groen licht van het parlement voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen omdat hij hoopt zijn Conservatieve Partij bij de verkiezingen van 12 december naar een meerderheid te kunnen leiden. Maar het verleden leert ons dat een stembusgang geen garantie is voor een goede afloop. In 2015 moest toenmalig premier David Cameron immers het veld ruimen nadat het uitschrijven van een Brexit-referendum een flinke misrekening bleek te zijn. En Theresa May verspeelde met vervroegde verkiezingen in 2017 haar meerderheid in het Lagerhuis… 

Vele Britse gezinnen hebben het immers zwaar te verduren. Zo heeft een gemiddeld huisgezin, volgens Asda Income Tracker, in september 2019 een wekelijks beschikbaar inkomen van £216. Hun financiële armslag werd dan ook de laatste jaren sterk aan banden gelegd door een onevenredige stijging van de prijzen van woningen, huishoudelijke uitgaven en transportkosten, wat de koopkracht niet ten goede komt. Een gemiddeld huis in Londen kost bijvoorbeeld £460,686 in tegenstelling tot £215,352 in de rest van het Verenigd Koninkrijk volgens de index van de huizenprijzen, opgesteld door Nationwide. En volgens een studie van Action for Rail besteden pendelaars 14% van hun loon aan transport en betalen Londense forenzen gemiddeld £387 voor een maandabonnement.

Meer weten

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Verenigd Koninkrijk