U bent hier

Kansrijke sectoren

De informatie op deze landenpagina werd met de grootste zorg samengesteld maar houdt nog geen rekening met de gevolgen van de coronacrisis.

De Nederlandse topsectoren

Nederland ontwikkelt sinds 2009 een 'topsectorenbeleid' rond negen geselecteerde ‘topsectoren’. In de topsectoren werken vertegenwoordigers van bedrijven, wetenschap en de overheid samen aan ondersteuning van innovatie en het delen van kennis. De naam topsectoren verwijst naar het internationale aanzien van Nederlandse kennis en handel in deze sectoren. Ruim 90% van de topsectoren zijn innovatieve ondernemers uit het midden- en kleine bedrijven (mkb) en bestaan uit een mix grote bedrijven, mkb-bedrijven, start-ups en scale-ups. De negen topsectoren zijn:

  1. Agri & food
  2. Chemie
  3. Creatieve industrie
  4. Energie
  5. Hightech systemen en materialen
  6. Life sciences & health
  7. Logistiek
  8. Tuinbouw en uitgangsmaterialen
  9. Water

Samengevat werken deze topsectoren aan:

  • Het versterken van de Nederlandse economie met innovaties;
  • Het vergroten van de innovatiekracht van Nederland;
  • Het vergroten van internationale handelskansen. De topsectoren zijn ambassadeur voor Nederlandse innovaties, bijvoorbeeld tijdens handelsmissies;
  • Oplossingen voor wereldwijde uitdagingen. Bijvoorbeeld aan klimaat, zorg, veiligheid, voldoende water en voedsel, waar veel vraag naar is;
  • Investeren gezamenlijk in toegepast wetenschappelijk en maatschappelijk onderzoek;
  • Een brede toepassing van innovaties (valorisatie) en creatie van nieuwe markten;
  • Het vergroten van Human Capital om experts en talenten te ontwikkelen, te boeien en te binden.

Topsectoren hebben één of meerdere Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).  Binnen een TKI zoeken ondernemers en wetenschappers naar manieren om vernieuwende producten en diensten op de markt te brengen. Dat doen ze met fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het TKI zorgt dat het netwerk wordt gevormd, dat kennis wordt gedeeld en dat er regie op de projecten zit.

In 2019 is de topsectorenaanpak verder ontwikkeld naar een missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Zes ministeries dagen ondernemers en wetenschappers uit tot baanbrekende oplossingen die ook bijdragen aan de concurrentiekracht van Nederland. Het vergroten van economische kansen staat nog steeds centraal, maar wel door maatschappelijke uitdagingen op te lossen en te investeren in sleuteltechnologieën. Door ook start-ups, vernieuwende ondernemers en regio’s te betrekken, vergroot de draagkracht en de kans op succes.

Missies zijn ambitieuze, maar concrete doelen. Denk aan betaalbare en toegankelijke zorg voor iedereen, afval omzetten in waardevolle grondstoffen, duurzame voedselproductie, een klimaatbestendig, veilig en waterrobuust Nederland. Missies maken de specifieke behoefte aan onderzoek en innovaties concreter, maar gaan verder dan normaal beleid van de overheid. De meeste missies hebben een looptijd van 20 tot 30 jaar.

De missies liggen voor de komende jaren vast, maar de weg ernaartoe vaak nog niet. Sleuteltechnologieën spelen een belangrijke rol bij het realiseren van meerdere missies. Denk bijvoorbeeld aan 'smart farming', waarmee speciale sensoren nauwkeurig meten hoeveel water, voeding en licht nodig is om een gewas succesvol te laten groeien met zo min mogelijk verspilling. Lasertechnieken waarmee artsen hun patiënten zo precies mogelijk kunnen opereren met minder complicaties en sneller herstel. Smart industry met productierobots die ieder product op maat kunnen maken voor de scherpste prijs zonder verspilling. Sleuteltechnologieën zijn breed toepasbaar en doorslaggevend in elke sector om baanbrekende innovaties te creëren.

Bron

Topsectoren

Meer weten

Monitor topsectoren 2018
Missiegedreven innovatiebeleid
Missies voor de toekomst
Factsheet missies voor de toekomst: missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid
Aanpak sleutel technologieën
Topsectoren hoe en waarom
Sleutel naar Technologie (ICT)
Kennis en innovatie-agenda: maatschappellijke uitdagingen en sleuteltechnologieën

Het Nationaal Groeifonds

Het Nationaal Groeifonds is een initiatief van het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Klimaat en Financiën met als doel de impact van de coronacrisis te verzachten door te investeren in projecten die bijdragen aan de economische groei. Hiervoor wil men de komende vijf jaar 20 miljard euro vastleggen in drie terreinen waar men de meeste kansen ziet voor structurele en duurzame economische groei:

  1. Kennisontwikkeling: Onderwijs en leren van vaardigheden
  2. Onderzoek, ontwikkeling en innovatie: Fundamenteel onderzoek en doorontwikkeling van nieuwe technologieën of ideeën.
  3. Infrastructuur: Infrastructurele projecten in brede zin, zoals spoor, waterinfrastructuur, digitale infrastructuur en energie-infrastructuur.

Voor elk van deze terreinen zijn er al verschillende projecten opgestart (de eerste ronde). Meer informatie over deze projecten.

Binnenkort start de tweede ronde waarin verbeterde en nieuwe voorstellen kunnen worden ingediend voor financiering.

Bovenop de al vastgelegde projecten van de eerste ronde, heeft de overheid op 9 april beslist om 1,35 miljard euro te investeren in nieuwe projecten voor kunstmatige intelligentie, regeneratieve geneeskunde, infrastructuur voor gezondheidsdata, kwantumtechnologie en waterstof/groene chemie.
Dit bedrag maakt deel uit dat van de 20 miljard euro die tot 2026 beschikbaar is. Van deze 20 miljard euro is er vandaag al 4 miljard euro toegekend en gereserveerd.

Voor de goedkeuring van projecten is er een commissie opgesteld die de projectvoorstellen beoordeeld op basis van een vooraf bepaald toetsingskader. Ze kijken hier naar het effect op de groei van de Nederlandse economie en de maatschappelijke voor- en nadelen.

Een project dat voor de commissie in aanmerking wil komen, moet:

  • Een uitgewerkt plan zijn.
  • Vallen onder een van de drie terreinen kennisontwikkeling, onderzoek of infrastructuur.
  • Een minimale projectomvang van € 30 miljoen hebben.
  • Een aanvulling zijn op private investeringen.
  • Een aanvulling zijn op publieke investeringen en niet binnen bestaande regelingen van de overheid vallen.
  • Niet-structureel zijn.
  • Voldoen aan de toets van subsidiariteit.
  • Passen binnen de financiële kaders van het fonds.

Meer informatie over hoe de selectie werkt vindt u hier terug.

Meer informatie over het Nationaal Groeifonds vindt u op deze website van de Rijksoverheid of op de  officiële website van het groeifonds.

Bron

Het Nationaal Groeifonds

Voeding

De Nederlandse markt is met meer dan 17 miljoen verbruikers een interessante afzetmarkt voor de Vlaamse voedingsindustrie. De detailhandel in voeding is vrij grootschalig georganiseerd in ketens, samenwerkingsverbanden en inkooporganisaties.

In 2020 waren er ruim 20.000 voedingswinkels in Nederland. Van het totaal aantal winkels in de voedingsdetailhandel behoort iets minder dan de helft tot een formule en de rest zijn zelfstandig (Retail Insiders, z.j.).

Het grootste aantal voedingswinkels behoort tot de supermarktketens. Vervolgens volgen de ketens van delicatessenwinkels, natuur- en reformwinkels, slagerijen, brood- en banketzaken, AGF-zaken en visdetaillisten. De individuele voedingsspeciaalzaken sluiten de rij af als kleinste groep. Slijterijen en pompshops worden ook tot voedingsspeciaalzaken gerekend. Men ziet de laatste jaren de trend dat het aandeel in winkels toebehorend aan supermarktketens nog toeneemt ten nadele van het aantal individuele voedingsspeciaalzaken.

Het jaar 2020 was een zeer turbulent jaar voor de supermarktbranche vanwege COVID-19. De supermarktomzet steeg tot € 44,7 miljard, een recordhoogte versus € 40,5 miljard in 2019. Hiermee tekende de branche een groei op van 11,2%. De ongeziene groei van omzet van de onlineverkoop (35%) vormde circa 20% van de totale omzetgroei in supermarkten. De versspeciaalzaken kenden een groei van 6% (FoodPersonality, 2021 + Rabobank, 2021).

Er zijn een twintigtal supermarktformules actief in Nederland. Met 34,7% aandeel is Albert Heijn marktleider, gevolgd door Jumbo (20,8%) en Lidl (10,7)%. De supermarktketens onder de inkooporganisatie Superunie hadden een marktaandeel van 27,3% ('t Almanakje, 2020).

De enorme groei van online verkoop van voedingsproducten gaat ten koste van de fysieke winkels. Albert Heijn startte als eerste met de onlineverkoop van voeding en heeft het grootste marktaandeel (41% in 2020). Albert Heijn wordt gevolgd door Jumbo (23%) en Picnic (22%). Picnic bestaat sinds 2015 en heeft geen fysieke winkels. Klanten bestellen hun boodschappen  via een App en deze worden gratis thuisbezorgd. Picnic is nog niet actief in heel Nederland, maar breidt steeds verder uit, met name in steden (FoodPersonality, 2020). De toenemende online ambitie van de supermarktketens in de zakelijke markt zal ervoor zorgen dat er concurrentie zal ontstaan tussen de supermarktketens en de groothandels in voedingsmiddelen.

De distributie in de horeca, bakkerijsector en retail verloopt via diverse marktkanalen en -spelers. Terwijl sommige grotere eindspelers vaak rechtstreeks aankopen bij de producent, verloopt een groot deel van de distributie via groothandels en inkooporganisaties. Nederland telt enkele grotere groothandels die meerdere vestigingen hebben. Soms zetten groothandels samenwerkingsverbanden op of verenigen ze zich in inkooporganisaties. Het doel is om via het gezamenlijk inkopen van de diverse producten, scherpere prijzen te bedingen. Daarnaast kunnen inkooporganisaties ook zorgen voor collectieve belangen en krachten bundelen, o.a. wat levering betreft. Sommige samenwerkingsverbanden tussen diverse groothandels zijn op hun beurt ondergebracht in een nog grotere inkooporganisatie.

De besteding van consumenten aan duurzaam voedsel in Nederland is in 2019 met 18% toegenomen ten opzichte van 2018. In de totale besteding aan voedsel groeide de besteding aan duurzaam voedsel met 2% (van 12% naar 14%). Deze groei valt niet alleen toe te schrijven aan toenemende interesse van de consument, maar ook  door de btw-verhoging (van 6% naar 9%) per 1 januari 2019.

Men schat dat in Nederland circa 1,7 miljard euro is besteed aan biologische producten in 2019, goed voor circa 20% van alle bestedingen. Daarmee zag de verkoop van biologische producten in 2019 een groei van ongeveer 5% (Wageningen Economic Research, 2020).

Daarnaast willen wij u nog een aantal cijfers meegeven van de foodservice en catering van 2020 tegen opzichte van 2019. Bij de foodservice zijn de cijfers wisselend. Bij de restaurants zien we een krimp van 53%, bij fastservice/cafés een krimp van 36%, groothandels in foodservice vertonen een krimp van 28%, maar thuisbezorgen/delivery kende een groei van 39%. Voor de catering is dit bij event/partycatering een krimp van 62%, bedrijfscatering een krimp van 37% en inflight een krimp van 62% (Rabobank, 2021).

'Biologisch' is de enige vorm van duurzame landbouw en voedselproductie waarvoor in de Europese wetgeving normen zijn vastgesteld. Het woord biologisch is dan ook wettelijk beschermd (Wageningen Economic Research, 2020). We zien dat in Nederland steeds meer spelers actief zijn in de biologische voedingsmarkt, van telers en landbouwbedrijven tot groothandels en gespecialiseerde ketens in de detailhandel zoals Ekoplaza en Marqt, beide in handen van de groothandel Udea. Ook de klassieke supermarktketens hebben tegenwoordig een breder assortiment aan biologische voeding.

Innovatie en start-ups in food: 3 trends volgens Rabobank.

Door corona zijn consumenten bewuster en winkelen met meer aandacht voor lokaal geproduceerde producten. De vraag naar versere producten, lang houdbare voeding en gezondere ingrediënten, trekt aan. Of dat gedrag straks ‘na corona’ aanhoudt, blijft de vraag. Wat we in ieder geval wel zien is dat voedingsbedrijven en tal van start-ups inspelen op deze trends. Hieronder drie interessante trends uit de praktijk:

1. Kortere voedselketens geeft de ondernemer meer grip

De huidige, vaak mondiaal ingerichte voedselketens, piepen en kraken door corona. Zo zijn er logistieke verstoringen in onder ander containervervoer, fabrieken die grote hinder ondervinden door ziekte bij het personeel en sluiting van grenzen door lockdowns. Retailers en producenten verkorten en digitaliseren ketens om zo meer inzicht te krijgen in, en grip te krijgen op de toevoer van grondstoffen en voedsel. Tegelijkertijd vraagt de consument om transparantie en heeft een deel van de consumenten meer waardering voor lokaal geproduceerde producten.

2. Functionele en innovatieve voeding voor de bewustere consument

Bij functionele voedingsmiddelen is een bestanddeel toegevoegd of net verwijderd om het product gezonder te maken. Bij innovatieve voedingsmiddelen zijn er compleet nieuwe technieken ontwikkeld om voedingsproducten gezonder en/of duurzamer te maken. Beide ontwikkelingen spelen in op consumenten die bewuster worden van wat voeding met hun gezondheid doet en wat de impact is op milieu of klimaat. De huidige pandemie versterkt deze trend. Naast het gezonder maken van bestaande producten door suikers, zouten of vetten te verminderen, zien we kansen in producten of ingrediënten die gezonder of duurzamer zijn. Of in ieder geval dat imago hebben bij consumenten.

Dit leidt onder andere tot een sterke groei van vegan voeding en het vervangen van dierlijke producten door plantaardige alternatieven. Tot slot zien we steeds vaker nieuwe ingrediënten met een sterke gezondheids- of duurzaamheidsclaim.

3. Terugdringen van voedselverspilling

Het uitbreken van de coronapandemie verergert het probleem van voedselverspilling in de keten en bij de consument. Al voor de pandemie consumeerden we ongeveer 33% van het voedsel niet. Door de pandemie stijgt dit cijfer, nu de afzet richting horeca en retail grotendeels wegvalt. We zien veel start- & scale-ups die technologieën ontwikkelen waarmee retailers de houdbaarheid van producten beter kunnen volgen en zo verspilling te verminderen. Daarnaast zijn er tal van start-ups die van verloren producten of reststromen, nieuwe handel maken (Rabobank, 2021).

Raadpleeglijst

  1. Retail Insiders (z.j.) Food. Geraadpleegd op 23-03-2021 via https://www.retailinsiders.nl/branches/retailsector/retail-food/

  2. FoodPersonality (2021) Marktaandelen 2020 volgens Nielsen: ‘online’ goed voor 20% van de omzetgroei. Geraadpleegd op 23-03-2021 via Marktaandelen 2020 volgens Nielsen: 'online' goed voor 20% van de omzetgroei | FoodPersonality 

  3. FoodPersonality (2021) Factsheet Onderzoekreeks “Online Supermarktomzet op Waarde geschat” (najaar 2020). Geraadpleegd op 23-03-2021 via https://www.foodpersonality.nl/wp-content/uploads/2020/12/Factsheet-Onderzoek-Online-Supermarktomzet_najaar-2020.pdf

  4. ’t Almanakje (december 2020) Geraadpleegd op 23-03-2021.

  5. Wageningen Economic Research (2020) Monitor Duurzaam Voedsel 2019. Geraadpleegd op 29-03-2021 via https://edepot.wur.nl/532565

  6. Rabobank (2021) 2021 jaar van herstel, maar impact corona blijft groot. Geraadpleegd op 29-03-2021 via https://www.rabobank.nl/kennis/d011126023-2021-jaar-van-herstel-maar-impact-corona-blijft-groot 

Meer weten

Gezondheidszorg

Algemeen beeld sector

Uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de gezondheidszorg met 10% een belangrijke bijdrage levert aan de totale toegevoegde waarde van alle sectoren van de Nederlandse economie (2021b). In de bijna 177.000 ondernemingen tellende sector werken ruim 1,4 miljoen mensen, goed voor 15,6% van het totale aantal banen en 12,7% van het arbeidsvolume in Nederland (CBS, 2021a; CBS, 2021d). Nederland telt 8 Universitaire Medische Centra (UMC) en 13 onderzoekinstellingen die actief zijn op het gebied van medische wetenschappen (Invest in Holland, 2020). Daarnaast telt Nederland 57 algemene ziekenhuizen en 17 categorale ziekenhuizen (CBS, 2021d).

Gemiddeld groeide het zorgvolume decennialang met 2,7% per jaar. In 2019 oversteeg de groei van de zorg voor het eerst in 7 jaar de groei van de totale economie. Aanvankelijk voorspelde men dat deze trend zich in 2020 zou doorzetten, maar daar stak COVID-19 een stokje voor. Door het wegvallen van een deel van de zorg in 2020 om de gevolgen van de coronapandemie op te vangen, is de verwachte groei omgezet in een krimp van 6,5 %. In 2021 verwacht men een geleidelijke toename van de groei tot 5%, wanneer de uitgestelde zorg wordt ingehaald (ING, 2021b.) Ook zal er naar verwachting vraag zijn naar nieuwe zorg; ex-COVID-19-patiënten zullen nood hebben aan hersteltherapieën en thuiswerkers zullen door het minder bewegen en door soms slechte zithoudingen, klachten ontwikkeld hebben. Deze voorspellingen worden omgeven met een hogere onzekerheidsfactor dan anders, omdat nog niet zeker is hoe de pandemie zich verder zal ontwikkelen (ING, 2021a.).

De ziekenhuizen die door hoge vaste kosten minder aanpassingsvermogen hebben dan andere sectoren in de economie, worden gestut door de zorgverzekeraars die zich inspannen om de oplopende coronakosten te compenseren. Zo hebben ze bijvoorbeeld met de zorgverleners afspraken gemaakt over tussenkomsten in de kosten voor het opschalen van het aantal IC-bedden en compensaties voor het wegvallen van een deel van de reguliere zorg. Diegenen die het meest vatbaar zijn voor schommelingen in de vraag, zijn huisartsen en tandartsen, al vangen deze eersten waar mogelijk een deel van de terugval op door het organiseren van consultaties op afstand (ING, 2021a.)

Rabobank geeft aan dat de zorgkosten onbetaalbaar dreigen te worden door de vergrijzing en een toename van het aantal chronisch zieken. Momenteel bedragen de jaarlijkse zorguitgaven in Nederland ruim € 97 miljard (2021). De combinatie van deze factoren vraagt volgens Rabobank om technologische innovatie, meer zorg dichtbij de burger (eerstelijns- en thuiszorg) en minder lange opnames in zorginstellingen en ziekenhuizen (2021).

ING ziet de volgende ontwikkelingen vormgeven aan de zorgsector in de nabije toekomst:

  • Meer regionale samenwerking over de sectoren heen is nodig om de achterstand, die Nederland heeft opgelopen in 'senior housing', terug in te lopen.
  • De curatieve zorg digitaliseert in een snel tempo. De grootste uitdaging hierbij is een verantwoorde implementatie van de nieuwe technologieën, rekening houdende met de effectiviteit, de veiligheid en de betaalbaarheid ervan. De innovatie richt zich vooral op apps en persoonlijke medische hulpmiddelen. 
  • Er is nood aan keten- en netwerkvorming tussen zorgaanbieders.
  • De ziekenhuiszorg wordt gekenmerkt door een verregaande specialisatie. Bepaalde behandelingen vinden enkel nog in gespecialiseerde ziekenhuizen plaats. Andere ziekenhuizen richten zich vooral op meer generieke zorg. 
  • Er is een groot tekort aan vooral IC- en OK-verpleegkundigen. Tegelijkertijd zorgt een grotere zorgvraag ervoor dat het aandeel van de bevolking dat werkzaam is in de zorg stijgt, van 1 op 6 nu, naar 1 op 5. Om dat mogelijk te maken moeten er stappen ondernomen worden om het beroep van zorgkundige aantrekkelijker te maken (ING 2021c.).

Een studie van Ecorys over medische technologie en hulpmiddelen geeft het volgende aan over dit onderdeel van de zorgsector:

  • De geschatte marktomvang in Nederland gebaseerd op de financiële verantwoording van ziekenhuizen bedroeg 3,2 miljard euro in 2016.
  • De grootste deelmarkt is de markt voor medische verbruiksgoederen met een omvang van circa € 2,9 miljard (89%) per jaar.
  • De rest van de markt wordt ingenomen door investeringen in medische apparatuur.
  • Van de deelmarkt van de medische verbruiksgoederen heeft de productgroep ‘implantaten en prothesen’ het leeuwendeel met circa 25%, gevolgd door ‘instrumentarium en apparatuur’ met circa 14%.
  • De overige kosten betreffen een breed scala aan producten, variërend van katheters tot contrastmiddelen, sondes, hechtmateriaal, handschoenen en naalden (2017).

Het subsidiebeleid van het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) richt zich via de organisatie ZonMW en het programma Innovative Medical Devices Initiative (IMDI) op medische apparaten ten behoeve van thuiszorg, zelfzorg en revalidatie; medische beeldvorming en beeldverwerking, en instrumenten voor minimaal invasieve ingrepen. Het doel van het IMDI-programma is om innovatieve technologieën tot wasdom te brengen die het tekort aan personeel in de zorg opvangen en zorg dichter bij de patiënt mogelijk maken (ZonMW 2021). 

Dat geeft meteen ook aan waar de prioriteiten liggen voor de Nederlandse gezondheidszorg in de komende jaren

Kansen voor Vlaamse bedrijven

Vlaamse bedrijven die met innovatieve technologieën een oplossing kunnen bieden voor de uitdagingen waar de gezondheidszorg de komende jaren mee te maken zal hebben, kunnen een vruchtbare afzetmarkt vinden in Nederland. Hierbij denken we onder andere aan producten die zorg op afstand mogelijk maken, de opnameduur verminderen en zorgverleners helpen bij het op elkaar afstemmen van de eerste- en tweedelijnszorg.

Raadpleeglijst

Meer weten

Bouw

De totale bouwsector is goed voor zo’n 9% van het bruto binnenlands product en voor een productie van ruim 70 miljard euro. Tegen de prognose van het Economisch Instituut van de Bouw (EIB) in zijn de invloeden van de coronacrisis op de sector tot nu toe beperkt gebleven. In april vorig jaar gaf het EIB nog aan dat men rekening zou moeten houden met een flinke productiedaling in de bouw in 2020 en 2021 (7% en meer). Het verwachte beeld heeft zich echter niet gerealiseerd. Anders dan in andere crisissen werden de inkomsten in de door corona getroffen sectoren, op peil gehouden door zeer omvangrijke steunpakketten. Bovendien profiteerde de bouw van de verschuiving van consumentenbestedingen. Door de lockdown(s) van de sectoren horeca, evenementen, transport, toerisme, ..., gingen veel mensen de eigen woning renoveren (men had er nu de tijd en het geld voor).

Na een korte schok veerde de Nederlandse economie weer op. In totaal nam de productie in de bouw af met 1,5% in 2020. De grootste terugval was waar te nemen in de nieuwbouwsector en is voornamelijk het gevolg van de daling van de vergunningverlening voorafgaand aan de coronacrisis: de regelgeving rond stikstof, PFAS en toenemende ruimtelijke beperkingen begrensden in 2019 de ontwikkelingsmogelijkheden voor de bouw. Deze beperkingen vertaalden zich bijvoorbeeld in een verminderd aantal vergunningen voor woningen, utiliteitsbouw en infrastructuur. De terugval in de nieuwbouwsector werd grotendeels gecompenseerd door de renovatie- en verbouwsector die over de hele lijn een stevige groei zag (woningbouw, utiliteitsbouw en in mindere mate infrastructuur).

In 2021 zal de bouwproductie naar verwachting met 3½% verder dalen. De herstel- en verbouw-investeringen zullen niet opnieuw gemaakt worden en ook het verschuivende consumptiepatroon waarvan sector vorig jaar profiteerde zal dit jaar niet opnieuw dezelfde impuls geven. Ook verwacht men een daling bij de nieuwbouw van de utiliteitsgebouwen en van investeringen in de infrastructuur; opnieuw als gevolg van de daling van verleende vergunningen in 2019, maar ook door de verminderde budgettaire ruimte bij gemeenten. Voor de woningnieuwbouw verwacht men daarentegen een stabilisatie.

Voor de periode van 2022 tot 2025 ziet men grote kansen en een potentieel tot sterke groei. Vanaf 2022 kan de weg omhoog worden ingeslagen. Als het potentieel benut kan worden dan kan het productievolume in de bouw in de periode van 2022 tot 2025 met 4% per jaar groeien. De sterkste groei wordt verwacht bij de nieuwbouw van woningen waar de productie nu nog sterk achterblijft door de onderliggende vraag en de ambities van de overheden. Ook de verduurzaming van de bestaande gebouwen om aan de duurzaamheidsambities te voldoen biedt veel mogelijkheden. Daarnaast zitten er in de infrastructuursector grote opgaven aan te komen in de sfeer van achterstallig onderhoud en investeringen m.b.t. duurzaamheid en waterveiligheid.

Er zijn echter ook enkele uitdagingen:

de eerste uitdaging ligt bij het verloop van de coronacrisis zelf. Inmiddels is gebleken dat de crisis nog flink voelbaar zal zijn in 2021 en het kan niet worden uitgesloten dat er later nog nieuwe problemen opduiken bij het beheersen van de pandemie, wat de economie nog verder kan raken 

de tweede uitdaging ligt bij de doorwerking van de pandemie naar de economie. Bedrijfssluitingen zijn tot nu toe nog niet op grote schaal voorgekomen. Maar wat zal er gebeuren als de steunmaatregelen worden afgebouwd? De vraag stelt zich ook wat de mogelijkheden zullen zijn van overheden om stevig te investeren na deze periode van ontelbare steunpakketten, lagere belastinginkomsten en sectoren die nog jaren steun nodig zullen hebben.

Samenvattend kunnen we dus concluderen dat de bouwsector in Nederland robuust is gebleken in de crisis en dat er de komende jaren nog veel groeipotentie is. Dat maakt dat Nederland als exportmarkt erg interessant blijft voor onze Vlaamse bouwbedrijven.

Meer weten

EIB, Publicatie Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2021
Bouwend Nederland, Feiten en cijfers
ABN Amro, Bouw
Rabobank, kennispagina bouw
ING, Building & Construction
Centraal Bureau voor Statistiek, Aantal vergunde nieuwbouwwoningen valt terug tot 57 duizend
Activiteitenbesluit milieubeheer
Marktstudie: De Nederlandse doe-het-zelf markt (2017) 
Marktstudie: Groothandels in bouwmaterialen - de marktspelers in Nederland (2015) 

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Nederland