U bent hier

Nederland in cijfers

Deze landenpagina werd met de grootste zorg samengesteld maar houdt nog niet overal rekening met de meest recente gevolgen van de coronacrisis.
Officiële naam
Koninkrijk der Nederlanden
Hoofdstad
Amsterdam
Oppervlakte
41.526 km2 (= 1,4 x België)
Aantal inwoners
17.017.117 (14 juni 2016)
Staatshoofd
Koning Willem-Alexander
Regeringsleider
Minister-President Mark Rutte
Taal
Nederlands (in Friesland wordt de tweede officiële taal het Fries gesproken)
Munt
Euro
Belangrijke steden
Amsterdam (833.624 inwoners), Rotterdam (629.606 inwoners), Den Haag (519.988), Utrecht (338.967), Eindhoven (224.755), Tilburg (212.941), Groningen (200.952), Almere (198.145), Breda (181.611), Nijmegen (172.064)

Economische informatie

Bruto Binnenlands Product (BBP)
914 miljard USD (522 miljard USD in België)
BBP/Capita
52.396 USD (45.189 USD in België)

Economische vooruitzichten

Voortdurend economisch herstel en zelfs heropleving, maar ook grote onzekerheid

De Nederlandsche Bank verwacht 2021 af te kunnen sluiten met een bbp-groei van 4,5% t.o.v. een jaar eerder. Hiermee staat de economie in 2021 qua omvang op 101,7% van het pre-coronaniveau uit 2019. Een uitzondering die niet meedoet in het herstel na de coronadip van circa 3,8% in 2020 is de dienstenuitvoer (hieronder vallen o.a. luchtvaartdiensten). Nederland doet het qua economische groei zelfs beter dan de 4 grootste Europese economieën (Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje) die in 2021 het pre-coronaniveau nog niet hebben overstegen. Voor 2022 verwacht het Centraal Planbureau 3,5% groei. Alle ramingen kampen wel met grote onzekerheidsfactoren door: het verdere verloop van de corona-epidemie en de maatregelen die ermee samenhangen, hoge grondstoffenprijzen door krapte aan aanbodzijde en de inflatie die een blijvend karakter kan aannemen indien men te maken krijgt met een loonprijsspiraal. ING sluit omwille van die onzekerheid een enkel kwartaal met negatieve groei in 2022 niet uit.

Grote sectorale verschillen

De horeca, de luchtvaart, het openbaar vervoer en de reissector werden het hardst getroffen door de beperkingen die werden opgelegd om de coronapandemie in te dammen. Deze sectoren zijn nog niet terug op het niveau van 2019. Als we kijken naar hoe verschillende sectoren hun kansen op groei in 2022 inschatten, dan zien we dat de sectoren cultuur, sport en recreatie, horeca, onroerend goed en, vervoer en opslag nieuwe beperkingen ten gevolge van stijgende besmettingscijfers of nieuwe varianten van het virus bovenaan het lijstje van mogelijke risico’s zetten. De andere sectoren zijn meer beducht op verstoringen bij leveranciers in de wereldwijde toevoerketen. Het herstel van de dienstenuitvoer, waar vooral vervoer en opslag een grote rol in spelen, verloopt naar verwachting langzaam (60 % van de goederen die Nederland uit het buitenland bereikten in 2018 verlieten het land ook weer). Opmerkelijk is dat de uitvoer van computerdiensten naar België in het eerste coronajaar 2020 gestegen is met € 162 miljoen en daarmee € 825 miljoen bereikte. Omgekeerd is ook de import van computerdiensten vanuit België erop vooruitgegaan in 2020; van € 705 miljoen naar € 789 miljoen. De bouwuitvoer liet het dan weer afweten in 2020 en dook naar EUR 320 miljoen, een daling met 20%. De invoer van bouwdiensten uit België daalde minder snel en ging van € 548 miljoen naar € 529 miljoen. ING verwacht dat de totale dienstenuitvoer in 2022 nog zo’n 4,6% lager zal liggen dan in 2019. ‘Er is minder buitenlands toerisme, er wordt minder internationaal zakelijk gereisd, er wordt minder cultuur gesnoven en Nederlandse technici vertoeven minder in het buitenland om daar machines te installeren,’ verduidelijkt het economisch bureau van de Nederlandse grootbank.

Grote individuele verschillen

De Nederlandse arbeidsmarkt heeft in vergelijking met andere Europese landen en zeker in vergelijking met België een grote flexibele schil. Ongeveer 29% van de Nederlandse werknemers heeft een tijdelijk contract of werkt als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). In België ligt dat cijfer 10% lager. Nederland moet, wat flexibele arbeid betreft in de EU, enkel Griekenland, Polen en Spanje laten voorgaan. Uitgebreide steunpakketten van de overheid tijdens opeenvolgende coronagolven en bijhorende maatregelen waren vooral gericht op bedrijven en veel minder op burgers. Hoewel het Nederlandse beleid wat dat betreft niet veel afwijkt van het beleid in de omliggende landen, gingen door het grote verschil in hoe de arbeidsmarkt functioneert tussen flex en vast, zo’n 200.000 werknemers extra er financieel op achteruit in vergelijking met een niet-coronajaar. Met name flexwerkers met een laag inkomen kwamen in de problemen, zo becijferden economen van ABN AMRO. Tegelijkertijd bereikte het aantal faillissementen in februari 2021 met 107 het laagste niveau in 30 jaar en is er op de arbeidsmarkt sprake van historische krapte.

Krapte op de arbeidsmarkt

Met 3,3% was de werkloosheid in 2021 volgens ING erg laag. De bank verwacht dat dit nog daalt naar 3,2% in 2022. Het Centraal Planbureau is iets minder positief gestemd en gaat uit van een lichte stijging tot 3,5% in 2022. In het kader van een aantal dringende langetermijnuitdagingen, zoals klimaat en energie, leefomgeving, (kansen)ongelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en de betaalbaarheid en organisatie van de gezondheidszorg, is dat problematisch volgens het Centraal Planbureau. Er is immers een grens aan wat met grootschalige overheidsinvesteringen kan bereikt worden indien de werknemers niet voorhanden zijn om het werk uit te voeren. De Nederlandsche Bank roept, naar aanleiding van een economisch bericht eind december 2021, op tot ‘een breed pakket aan maatregelen voor de aanbod- en vraagzijde van de arbeidsmarkt, gericht op het stimuleren van de arbeidsparticipatie en -mobiliteit’. Door de Nederlandsche Bank wordt verwacht dat de CAO-lonen in Nederland in 2022 met 2,4 procent zullen groeien. Dat is 0,4% meer dan in 2021. Hiermee blijft de loongroei volgens de centrale bank achter bij de inflatie die in 2021 gemiddeld 2,7% bedroeg en in 2022 geraamd wordt op 3,0%. Werkgevers en economen hebben al gewaarschuwd voor het gevaar van een loonprijsspiraal mochten nieuwe CAO-onderhandelingen de lonen opdrijven. In dat geval zorgen hogere arbeidslonen voor prijsstijgingen die de al aanwezige inflatie in de hand werken.

Bronnen

Specifieke vraag of probleem?

Flanders Investment & Trade heeft een wereldwijd netwerk van experten dat uw bedrijf ter plaatse helpt.

Ontdek wat FIT voor u kan doen in Nederland